Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerechtelijke instructie gehoon! wordt. Hij moet volgens art. 63 Wetboek van strafvordering beloven de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Brengt nu de gedane belofte mede de wettelijke verplichting tot waarheid spreken?

Ik beantwoord deze vraag in ontkennenden zin. Zeer zeker heeft 'le belofte weinig boteekenis wanneer de getuige niet verplicht kan worden ze te houden. Daarentegen is art. 192 blijkens zijne geschiedenis enkel bestemd tot vervanging van de strafbepalingen tegen weigerachtige, niet tegen onwaarheid sprekende getuigen. Voorts sluit art. 207, sprekende van den eed en do daarmede gelijkgestelde belofte, alle andere beloften uit, en de wetgever redigeerde blijkens de Memorie van toelichting dit artikel met opzet aldus, omdat hij in de bevestiging onder eede of de gelijkstaande belofte den waarborg ziet voor de waarheid dien hij elders niet vindt en dus ook niet verlangt. Hij beschouwt den meineed dan ook niet als misdrijf tegen het openbaai' gezag, maar als een misdrijf van een geheel bijzonder karakter, en kan ook daarom niet geacht worden de schending der belofte in het voorloopig onderzoek onder de misdrijven tegen het openbaar gezag te heblien opgenomen').

3. Het misdrijf kan gepleegd worden door hen die wettelijk zijn opgeroepen als getuige, deskundige of tolk, dat zijn allen die verplicht zijn voor den rechter of eenige andere autoriteit getuigenis af te leggen, hen voor te lichten of eenige verrichting voor hen te doen. Bij de beraadslagingen werd in het bijzonder gesteld en bevestigend beantwoord de vraag of hieronder begrepen zijn zij die krachtens art. 805 Wetboek van koophandel inlichtingen aan den rechter-commissaris in een faillissement hebben te verschaffen; zij kunnen naar omstandigheden als getuigen of als deskundigen beschouwd worden.

De twijfel die onder vigueur van art. 805 kon bestaan is thans geheel 'weggenomen door art. 66 der Faillisseinentswet, dat uitdrukkelijk den rechter-commissaris de bevoegdheid geeft tot het hooren van getuigen en het bevelen van een onderzoek door deskundigen.

Het niet verschijnen van personen die in zaken betreffende minderjarigen enz. gehoon 1 moeten worden is als overtreding straf Uur gesteld bij art. 445.

4. Voor „wettelijk opgeroepen" zal wel „wettig opgeroepen" gelezen moeten worden.

) /"' M. M. van Valkenburg, De gerechtelijke politio, academisch proefschrift, Groningen 1800, bla.lz. 123, en I>. S. in P. v. J. 1890. no. 85. NovoN, Hel Wetb. v. Strafr. II, 2e druk. oo

Sluiten