Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hot geval van art. 192 111; zijne zonder eedsaflegging gedane valsche verklaring brengt hein niet onder art. 207.

In een enkel geval spreekt de wet van den eed alleen zonder vermelding van belofte; zóo in art. 001 70 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. ' *■ ■

Terecht besliste de Hooge Raad 1) dat de wet, ook al is het niet met zoovele woorden uitgedrukt, de teiofto Ier vervanging van den eed erkent; in hoeverre do belofte alleen op grond van godsdienstige gezindheid den eed vervangen kan, hangt erin concreto van af onder vigneur van welke denkbeelden en inzichten de wet is gemaakt; l>ij de vaststelling van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering nu is zeker niet aan eene vrije keus tnsschen eed en belofte gedacht, en het niet noemen van de belofte kan voorzeker de vrijheid van keuze niet medebrengen.

;>. Eene verklaring onder eede is eéne verklaring die onder verland van oenen eed is afgele^l. Door middel van den eed w,11 óf béToofd dat de verklaring overeenkomstig de waarheid zal worden gedaan óf bevestigd dat zij overeenkomstig de waarheid jsTafgolegd. Het eerste komt voor bij getuigenissen en rapporten van deskundigen in civiele gedingen en in strafzaken voor den burgerlijken strafrechter behandeld en bij ambtseeden, het laatste bij andere' eedsafleggingen buiten geding, als bij boedelbeschrijving, alsmede bij den getiiigoneed " in de militaire rechtspleging.

Het onderscheid tusschen de beide soorten bestaat hierin dat bij de laatste de schending van het openbaar vertrouwen haar beslag krijgt door het afleggen van den eed waaraan de valsche verklaring is voorafgegaan, terwijl bij de eerste de eed op zich zelf nog geene schending van vertrouwen oplevert maar deze door het afleggen van de opvolgende verklaring in het leven treedt.

De belofteëed en zijne schending kunnen dus in den tijd zeer uiteen liggen; men denko aan een valsch proces-verbaal opgemaakt jaren na het afleggen van den ambtseed die tot waarborg van do waarheid nioost strekken. I11 verband 0. a. met do verjaring is het van belang dat hierop gelet wordt.

Hot is niet noodig dat bij het afleggen van den bolofteöed roods hot voornomen tot schending bestaat, maar de verklaring die volgen zal moet valsch zijn. Hij dezen eed is do verklaring van den eed onderscheiden; soms ligt do verklaring of do belofte in hot eodsformulier zelf opgesloten. Daarbij zal dan moeten worden onderscheiden of hot

Arrest van 22 Maart 1890, Wbl. 0787, F. v. J. 1890, no. 31.

94*

Sluiten