Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dejvet onderscheidt niet tusschen meer of minder goed namaken, namaken zóo dat iemand meer of dat hij minder gemakkelijk bedrogen kan worden. I it het uiterlijke voorkomen behoeft slechts de mogelijkheid voort tc vloeien, dat de specie of het papier voor echt wordt aangenomen. t , (

Nevens namaken komt vervalschen voor; wat hiermede ten aanzien van muntspeciën bedoeld is, en of het daarop wel kan worden toegepast, werd in de toelichting der wet niet uitgesproken en bij de behandeling niet duidelijk gemaakt.

lu waarde verminderen is het niet; dit valt toch onder art. 21(1, en daaronder begrijpt de Memorie van toelichting ook het zix>geii;iainde uithalen, liet inwendig snoeien, staande tegenover liet thans bijna — mei meer mogelijke, eigenlijke, uitwendig snoeien.

V'i valschen zal dus moeten zijn de verbinding van snoeien en aanvullen met cene aan de munt vreemde zelfstandigheid, die gevaarlijker is dan het uithalen alleen, omdat zij aan de munt het vereisclile

gewicht teruggeeft en het bedrog dus nioeielijker waarneembaar maakt.

Onder vervalschen is niet te brengen het kleuren, het vergulden ___ \an bronzen oi zilveren, het verzilveren van bronzen munt. Daaromtrent bevatte liet ontwerp in art. 357 eene afzonderlijke bepaling waarbij het misdrijf onder het bedrog (titel 25) was opgenomen. Op de opmerking der Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kauier, dat liet feit reecis valt ouder de omschrijving van oplichting, werd liet door den .Minister geschrapt. Het valt dus nu onder art. 32li, en is ook eigenlijk geen muntniisdrijf.

Vervalschen van unuitpapier kan plaats vinden door veranderen van de uitgedrukte waarde; ook kan hieronder vallen het veranderen van de kleur, waardoor het papier voor den minder opmerkzamen besthoiiuri den schijn kan hebben eene groot ere dan de uitgedrukte waarde te vertegenwoordigen.

Hiertoe behoort eveneens het stellen van eene mindere dan de

eigenlijke waaide, een misdrijf dat zeker weinig zal voorkomen maar dat zich toch in bijzondere gevallen denken laat, bijv. wanneer iemand het wil doen voorkomen dat een ander hem te weinig heeft betaald: wel is de vervalscher zelf daarbij de eerst benadeelde, muur eens anders goede naam kan er onder lijden. De wet eisclit ook niet het oogmerk bij den dader om een ander door de uitgifte te benadeelen, enkel dat om hot vervalschte als onvervalscht uit te geven, dat met elc ovengenoemde bedoeling kan samengaan.

t

4. Het voorwerp van het misdrijf is niet de echte maar de valsche munt; men kan eenen gulden maken, die een jaar van uitgifte ver-

Sluiten