Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zettelijk, zonder daarmede een strafbaar feit te plegen; dat doet immers de heelmeester die door het toebrengen van verwondingen het kranke lichaam geneest, de vader die het uitdeelen van pijnlijke klappen aan zijne kinderen bezigt als middel van tncht en opvoeding.

Bij de strafbepaling op dierenmishandeling werd deze font niet gemaakt, maar men gaf toch door eene onjuiste keuze van uitdrukkingen aanleiding tot de verwarring die in de latere discussiën bleek te heerschen. Men bleek zich bewust te zijn van het feit dat niet elk toebrengen van pijn mishandeling heeten kan; maar, waarschijnlijk onder den indruk van het besef dat mishandelen van dieren veelal ten doel heeft het kwellen en als zoodanig eene uiting van wreedheid is, omschreef men het misdrijf, dat in de toelichting 1) kortelijk dierenmishandeling genoemd werd, als liet opzettelijk een dier wreed behandelen, en parafraseerde die bepaling door de opmerking in de Memorie van toelichting dat het opzet mede op de wreedheid gericht moet zijn -). Deze uitspraak is onjuist. Wreedheid is eene eigenschap van tic handelende persoon, niet van de handeling. Men spreekt wel kortheidshalve van wreede handeling, maar dat beteckent eene handeling waaruit wreedheid van den dader spreekt.

Op des daders karaktereigenschappen kan nu het opzet niet gericht zijn; men zou even goed bij diefstal kunnen eischen dat het opzet op de hebzucht gericht moet zijn. Dit zag de Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer in toen zij in bedenking gaf in het artikel te lezen: „Hij die een dier uit wreedheid mishandelt.' Toch zondigde ook zij, zooals reeds in het Kegeeringsant woord wordt gezegd, door met de woorden „uit wreedheid" het motief van tien dader in de omschrijving van liet misdrijf te brengen.

De Memorie van tijelichting op art. 254 drukt beter dan inde straks aangehaalde woorden en beter dan het oorpronkelijke artikel het beginsel van de bestraffing van mishandeling uit in deze woorden: „In „het algemeen elke handeling, die eene regtmatige, geoorloofde oorzaak „heeft, waarbij het toegebingte leed slechts middel is, valt buiten liet voorschrift".

Intusschen komt het mij vóór dat in de praktijk do in die woorden uitgesprokene bedoeling is miskend. Men heeft er van gemaakt dat

1) Namelijk in de toelichting tier Staatscommissie; later werd het opschrift Dierenmishandeling veranderd in Wreede behandeling van dieren.

2) Zoo ook de Hooge Raad 30 April 1888, W 1)1. ij5o3, 1. v. .1. 1888, Iio. 08, en 12 December 18!)8, Wbl. 7210, P. v.J. 1899, no. 24. Zie daarover Wttewaall in Tijdschrift voor strafrecht XI, bladz. 118 en volgende en D. S. in P. v. J. 1888, no. (38.

Sluiten