Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ten aanzien van de Regeering; wat mij betreft, Mijnheer de Voorzitter, — en zoo ik mij mag verlaten op den indruk, dien de discussie van de laatste dagen op mij gemaakt heeft, komt dat gevoelen wel overeen met de meening van een aantal leden — zou de aanneming, hetzij van het amendement, nu door den geachten voorsteller ingetrokken, hetzij van de motie van orde, eene misleiding zijn van de Regeering. De Regeering zou wenschen dat öf het amendement of de motie van orde wierd aangenomen, opdat zij wete wat de Kamer verlangt, ten einde, die inlichting ontvangen hebbende, te doen wat zij, de Regeering, zal vinden te behooren. Maar wanneer de Regeering door de aanneming van de motie in het denkbeeld komt, dat wij ons voor het overige zouden kunnen vereenigen met de geheele strekking van de voorgestelde hervormings-maatregelen, dan zou de Regeering zich bedriegen. Daarom kan ik mij met de motie van orde evenmin vereenigen, als ik mij zou hebben kunnen vereenigen met het amendement. Amendement of motie van orde, de aanneming van beide zou goedkeuring insluiten van de hoofdstrekking van dit ontwerp en van de andere daarmede in verband staande voorstellen. Daartoe, Mijnheer de Voorzitter, kan ik niet besluiten. Mijns inziens is het standpunt der Regeeriug zuiver, indien zij, bij afstemming van art. 1, haar ontwerp intrekt en dan overweegt, wat nu in het algemeen belang te doen.

Op dien weg van nadere overweging behoort de Regeering, zoo zij eenige leiding wil aannemen, door den algemeenen indruk, dien de discussie der laatste dagen op haar heeft kunnen maken, te worden bestuurd; en geenszins uitsluitend onder den indruk der aanneming van één afzonderlijk amendement of van die motie van orde te zijn; een wegwijzer, die in de uitkomst grootelijks zou kunnen te leur stellen.

18 Februari. Interpellatie „over den tegen woordigen stand van de aangelegenheid der spoorwegen, en de uitzichten, welke de regeering ons zal kunnen openen."

Ik zeg vooraf, Mijnheer de Voorzitter, dat de vragen, die ik aan de Regeering wensch te doen, drie onderscheidene punten zullen betreffen: vooreerst, den aanleg van nieuwe spoorwegen; in de tweede plaats, ontworpene internationale spoorwegen, waarover onderhandeld wordt of onderhandeld is; in de derde plaats, bestaande ondernemingen.

Mijne rede, Mijnheer de Voorzitter, zal noch zijn eene kritiek der Regeering, noch een betoog van het gewicht van spoorwegen voor ons land, noch een pleidooi voor de belangen van deze of gene streek. Het eenüj doel van mijne interpellatie, gelijk daaruit blijken zal, is, dat er gehandeld worde. De interpellatie moet, denk ik, den Minister

Sluiten