Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cijfers te noemen, en voor de anderen twee millioen. Maar in die 146,,000 had men niet alleen de rechters en andere ambtenaren, de advokaten, de geneesheeren, professoren, de geestelijken, mannen en vrouwen, maar ook de agenten van politie, veld- en boschwachters deurwaarders, gendarmes, en zelfs de rondtrekkende muzikanten begrepen; zonderde men die af, zoodat men zich tot hen bepaalde die, in eene engere of hoogere beteekenis van het woord, tot de profesaions libérales worden gerekend, dan klom hun getal niet boven 20,(100.

Eene gevoelige les, dunkt mij, om het onderwijs, in het algemeen belang, tot dien grooten kring te laten doordringen en op de bedrijven te richten, waarin het lichaam, de hoofd massa der maatschappij zich beweegt.

Antwoord aan den heer van Hall.

Twee woorden. De spreker uit Hoorn (de heer van Hall) zegt ons, dat hij steeds heeft gewenscht voor liberaal te worden gehouden. Dat is mij ook dikwerf zoo voorgekomen. Of het hem gelukt zij, is eene andere vraag.

Liberaal, zegt die spreker, is eene stemming of tempering van geest ot gevoel. Maar in den zin, waarin van liberaal is gesproken door den Minister van Binnenlandsche Zaken . . .

De voorzitter viel in de rede.

Wat ik nog te zeggen heb zal in verband staan met de discimie, Mijnheer de Voorzitter. In den zin, waarin door mij en door den Minister van Binnenlandsche Zaken het woord liberaal is gebezigd, heeft dat woord eene politieke beteekenis, en eene vaste maat van de kracht of eigenschap, welke wij daarmede bedoelen, wordt in de Grondwet gevonden.

Algemeene beraadslaging over de dertiende afdeeling (telegrafie). De regeering had aan eene engelsche maatschappij het uitsluitend recht gegeven, Nederland en Engeland telegrafisch te verbinden. (Vergelijk, Dl. III, 1853— 1854, blz. 478. Dl. IV, 1854—1855, blz. 12(5).

Ik verzoek nog voor eenige oogenblikken geduld aan de Vergaderingzij heeft recht op dit uur ongeduldig te zijn. De zaak schijnt mij toch van gewicht, uit hoofde van het beginsel, dat erin betrokken is.

Er is een uitsluitend, recht gegeven. Al hetgeen voorafging laat ik daar. Er is in de maand Juli jl. een uitsluitend recht verleend, in strijd met onze regels en instellingen. Het Koninklijk besluit'van 1829, een algemeene maatregel van inwendig bestuur, betrekkelijk tot de vervoermiddelen te land, bepaalt dat bij geene concessie een uitsluitend recht mag verleend worden. Een andere algemeene maatregel van inwendig bestuur, van Koning Willem II, zoo ik mij wel herinner van 1841, betreffende vergunningen tot aanleg van stoom-

Sluiten