Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik, Mijnheer de Voorzitter, dat, schoon met eenige moeite wellicht, de waarheidsliefde in het antwoord toch zal zegevieren.

Het is eene zware, exceptioneele veplichting, welke op die provincie ligt. Ik ben wellicht genegen, Mijnheer de Voorzitter, de tegenwoordige omstandigheden lichter, luchtiger, zoo men wil, te beoordeelen dan menig lid dezer Vergadering, maar ik kan evenwel niet treden in de beschouwingen, die ons de geachte generaal, de afgevaardigde uit de residentie (de heer Delpart) heeft voorgesteld. Volgens hem zal het geen bezwaar opleveren, indien het Limburgsch bondscontingent moet gemobiliseerd worden; want, zegt hij, men zal het waarschijnlijk in de buurt gebruiken, tot defensie van de Maas. Mocht dat al niet gebeuren en het contingent van de grenzen van Nederland worden verwijderd, welnu, zegt hij, dan zijn wij in het geval waarin wij zouden verkeeren wanneer het tot beveiliging van het Nederlandsche grondgebied wellicht dienstiger ware ons geheele leger buiten Nederland te doen trekken. Ik hoop niet, Mijnheer de Voorzitter, dat zoodanig plan van campagne licht ingang zal vinden, om het Nederlandsche leger tot verdediging van den Nederlandschen grond, buiten onze grenzen te zenden. Wat het contingent van Limburg betreft vraag ik den geachten spreker, of hetgeen hij als waarschijnlijk voorstelt volgens de Duitsche bondsregeling wel kan. Dat contingent zal niet licht afzonderlijk worden gebezigd; het maakt volgens die regeling met het contingent van Nassau ééne brigade uit, en die is wederom een onderdeel van een groot corps; het kleine gedeelte zal de bewegingen moeten volgen die aan het geheel, waarvan het een stuk is, worden bevolen. Hoeveel gunst wij ook tot dusverre, volgens de meening van den geachten spreker uit Zwolle (den heer van Zuylen), van de Bondsvergadering mogen ondervonden hebben, die gunst durf ik niet te verwachten, dat men ons zegge: het Limburgsch contingent blijve bij de Maas tot bescherming van uw eigen grond. Neen, het is eene zware exeptioneele verplichting die op Limburg drukt; te zwaarder omdat zij exceptioneel is: en, Mijnheer de President, wij moeten eenparig wenschen dat in onzen Staat gelijkheid van recht en verbindtenis aller burgers bovenal gehandhaafd blijve. Wij moeten dus genegen zijn ieder middel aan te grijpen, hetgeen de uitvoering, aan die exceptioneele verbindtenis ten nadeele van Limburg te geven, zoude kunnen temperen of doen ophouden.

Ten slotte nog een paar vragen ten aanzien van hetgeen ons hier wordt voorgesteld.

De eerste is die, welke gisteren het eerst is gedaan door den geachten afgevaardigde uit Almelo (den heer van Hoëvell) over het onderscheid van het hoofdcontingent en het reservecontingent. Door hetgeen de Minister van Oorlog antwoordde is, dunkt mij, de vraag, of onder hetgeen thans in mnrschvaardigen staal moet worden gebracht, de reserve begrepen zij, niet genoegzaam opgelost. In het protokol

thorbecke , Parlementaire redevoeringen, 1858—1859. 9

Sluiten