Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is voorzien door art. 19. Is dat wel juist? „Een krachtens deze wet gestaakte dienst" wil zeggen: krachtens de rechten of de macht die deze wet verleent. Daarin is dus in geen geval eene staking begrepen, waartoe de bestuurders zeiven besluiten; en ook in dat geval behoort te worden voorzien. De gevallen, waarop art. 19 ziet, zullen zeldzaam zijn. Bij een geregelden gang van zaken zullen de ondernemers niet, alvorens zij herstellen, de bevelen van den Minister tot staken afwachten; zij zullen tijdig, teinpore utili, tot het herstellen, en dus vooraf tot het staken van den dienst besluiten. In zoodanig geval voorziet art. 19 niet. Men zal toch niet onder de woorden van art. 19, „een krachtens deze wet gestaakte dienst", verstaan een dienst die gestaakt is dewijl de ondernemers oordeelen dat de weg hersteld moet worden of om eenige andere reden staking plaats moet hebben.

Het tweede punt: „tot den daarover loopenden dienst behoort". De Minister heeft, meen ik, niet opgemerkt, dat hetgeen hij wil verstaan onder: „tot den daarover loopenden dienst behoort", in mijn amendement afzonderlijk voorkomt in de 3de alinea, en ook wel eene afzonderlijke plaats moet hebben, omdat in de voorgaande alinea's van geene andere opneming van het rollend materieel sprake is of kan zijn, dan van die welke bij opening of hervatting van een dienst geschiedt. Maar ook wanneer geene staking voorafging en geene opening behoeft plaats te vinden, dewijl de dienst loopt, is onderzoek, toetsing van nieuw of hersteld materieel noodzakelijk.

Ten aanzien van die 3de alinea vraagt de Minister, of zij enkel rij- en voertuigen bedoelt. Maar zij noemt niets anders. Zij spreekt niet van wegen, van gebouwen, van andere werken; zij noemt uitsluitend rij- of voertuigen. Eene zaak van het uiterste gewicht, waaromtrent het toezicht der Regeering gestadig werkzaam moet blijven.

Ik meen dus, ook na het advies van den Minister te hebben gehoord, in het belang van de wet en eener goede inrichting van het toezicht, mijn amendement te moeten handhaven.

Nader antwoord aan don minister.

Ik wensch te doen opmerken dat, naar het mij voorkomt, bij den Minister een misverstand bestaat. De Minister zegt: „Wanneer het amendement wordt aangenomen en met name de eerste alinea, dan zal zoodanige voorafgaande opneming moeten plaats hebben na staking van den dienst, om welke redenen die staking ook moge plaats gehad hebben." Dit is niet juist; dit wordt wederlegd door mijn amendement, omdat daarin uitdrukkelijk gesproken wordt van zoodanige staking als voorzien is bij art. 8. En van welke staking spreekt dat artikel? Van staking op last van het Gouvernement, omdat de weg herstelling behoeft, of waartoe op gelijken grond besloten is door de

Sluiten