Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cessie wordt aan partikulieren de taak opgedragen om het werk voor hunne rekening aan te leggen, te onderhouden en te bedienen, tegen genot van de opbrengst. De rechtseigenschap van den weg blijft dezelfde, als wanneer de Staat dien op zijne kosten had aangelegd en onderhield. Het werk blijft een publiek werk, rijkswerk, in allen deele naar de aanwijzingen van het staatsbestuur en onder zijn toezicht uit te voeren. Vandaar niet eene enkele bepaling, hetzij van den aanleg hetzij vervolgens van den dienst, van den weg, of zij is onderhevig aan de controle van het Gouvernement. Ook vanwege de eischen der internationale gemeenschap, welke door de spoorwegen op een nieuwen voet is gebracht, en vordert dat men waarborgen, elders geschonken, hier te lande niet misse. Ik geloof dus een geconcedeerden spoorwegdienst een publieken dienst te mogen noemen, dat is een dienst ten algemeenen nutte, tot welks verwezenlijking de hulp der partikuliere nijverheid wordt ingeroepen, die in de opbrengst van den dienst de kosten, door haar gedaan, wedervindt.

Doch moet daarom de partikuliere nijverheid, welker hulp men ingeroepen heeft, worden geplaagd, mishandeld, zonder noodzaak belemmerd? Integendeel, mijns inziens moet men hare zelfstandigheid eerbiedigen, niet alleen dewijl dit haar recht en haar belang is, maar in het algemeen belang. In het algemeen belang moet men de partikuliere nijverheid hare volle kracht laten ontwikkelen, opdat zij alle vruchten kunne dragen, die zij in staat is ten algemeenen nutte te geven. Daarom wachte men zich ook voor zoodanige uitoefening der rechten van het toezicht, waardoor de prikkel van het eigenbelang zou worden verzwakt. Integendeel, van het eigenbelang der partikuliere nijverheid trekke men ten algemeenen nutte partij.

Het verbinden der partikuliere nijverheid aan den aanleg en den dienst van zulke publieke werken schijnt mij niet enkel daarom eene gelukkige verbinding, omdat zij de kapitalen, maar omdat zij de kennis en den ijver der partikulieren ten algemeenen nutte oproept. Wij hebben in ons land te roemen, geloof ik, bekwame ingenieurs van den Waterstaat; maar het corps dier ingenieurs heeft bij ons gelijke eigenschap als in andere landen; de kennis, de inzichten van zoodanig lichaam worden, min of meer, door corporatietraditien beheerscht; en juist die traditioneele inzichten komen bij dergelijke geconcedeerde publieke werken met de nieuwe inzichten der partikuliere nijverheid in heilzame aanraking. Het ware dus in geenen deele wenschelijk, wanneer het toezicht uitgeoefend wierd op zoodanige wijze, dat de partikuliere nijverheid enkel als machine wierd beschouwd en behandeld. Het toezicht moet naar vaste regels, met rechtvaardigheid , worden gevoerd, en daarvoor moet aan de partikuliere nijverheid, wier bondgenootschap men inroept, zooveel waarborg mogelijk worden gegeven. Die waarborgen kunnen niet alle gegeven worden in de wet; zij hangen voor een groot deel van eene meer of

thorbecke Parlementaire redevoeringen, 1858 — 1859. 11

Sluiten