Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denkbeeld verliet, alsof de lijnen, die nu niet worden vastgesteld, wierden uitgesloten; ik wenschte dat men zich bepaalde tot de vraag: wat is voor het oogenblik de meest dringende behoefte? De meest dringende behoefte vordert zoodanige lijnen, welke dadelijk krachtige hefboomen van beweging, vruchtdragend en ook productief in andere lijnen kunnen worden. Geene lijnen, zooals er in het plan der Regeering zijn, die op later aan te leggen kortere en meer doeltreffende banen zullen worden doodgereden. Hetgeen men later te doen vindt, moet aanvulling, niet slooping zijn.

Het uitstel van zekere lijnen is daarom geen afstel. De keuze van het rechte tijdstip is ook hierbij van uitnemende waarde. Lijnen thans slecht en voor de ontwikkeling van een krachtig verkeer hinderlijk, kunnen later, bij toenemende uitbreiding van het vertier, goed en noodig worden.

Keert men de zaken om, men zal kapitaal en arbeid nutteloos verspillen en aan het verkeer richtingen geven, die geenszins bevorderlijk zijn aan het handhaven van de plaats, die wij in de groote handelsbeweging der wereld moeten trachten in te nemen of te behouden.

Ik heb voor het oogenblik niet meer te zeggen. Ik zou mijne laatste opmerking nu kunnen toepassen op onderscheidene lijnen, die mij schijnen in het voorstel der Regeering te veel te zijn, op andere die mij voorkomen daarin te ontbreken. Doch ik zal op dit oogenblik van de richtingen niet spreken, omdat ik daartoe eene andere en meer geschikte gelegenheid meen te zullen vinden. De behandeling van dit ontwerp mag, mijns inziens, niet afloopen, alvorens de Vergadering haar gevoelen over hetgeen te doen staat, over hetgeen tot stand gebracht moet worden, duidelijk hebbe geopenbaard. Ik zal dus, voor het geval dat de Regeering de bezwaren tegen haar ontwerp niet wete weg te nemen, een amendement op de wet aanbieden. Ik zal dat doen met eenige mijner geachte medeleden, wier doel is zooals het mijne, dat, indien het voorstel der Regeering de goedkeuring der meerderheid niet mocht hebben, evenwel blijke, wat de Vergadering verlangt. Ik geloof, dat is niet alleen in het belang der zaak, maar ook in hooge mate in het belang der Regeering.

18 November. Het regeeringsontwerp telde sleehts twee artikelen. lïij het eerste werd goedkeuring verleend aan een aantal artikelen uit de eoneessie betreffende den noorderspoorweg; bij het tweede aan even zooveel artikelen uit de eoneessie voor de zuiderspoorweg.

Toen met de behandeling der beide artikelen begonnen worden zou, deed de heer Th. met vier anderen een voorstel, om de artikelen van het ontwerp te doen voorafgaan door de twee volgende:

„Art. 1. In het noorden des rijks worden spoorwegen aangelegd; „van Harlingen over Leeuwarden en Groningen tot aan de Hanoversehe grens tegenover Leer of Aschendorf;

Sluiten