Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal hebben verstaan. De geachte spreker uit Amsterdam meende wellicht mij te hooren spreken van een lateren toestand.

Uit welke bronnen vervolgens rente betaald en schuld geamortiseerd is, hoe veel eene zuivere opbrengst van latere jaren daartoe bijgedragen heeft, heb ik niet aangeroerd.

Wat de Belgische waardeering van den staatsspoorweg in dat land betreft, las ons de Minister van Financiën een brief voor, die, geloof ik, door onderscheidene andere brieven zou kunnen worden wederlegd, en niet alleen door brieven maar door openbare belijdenissen, door vertoogen van zaakkundigen in de discussie der Belgische Kamer. Ik laat dat punt daar, en wil den Minister enkel de slotsom en het besluit herinneren van' diezelfde brochure van den Belgischen representant Jules Malou, sterk voorstander van de Belgische staatsspoorwegen. De Minister gelieve de voorlaatste bladzijde in te zien, waar hij de conclusie zal vinden, dat de publieke administratie eene oplossing tegemoet gaat in eene groote maatschappij, eene oplossing voordeelig, èn voor het belang der onderneming, èn voor den Belgischen Staat.

Blijkens de rede van den Minister van Binnenlandsche Zaken en de Memorie van Beantwoording, hecht de Regeering eraan, dat de Staat den eigendom der spoorwegen hebbe. Ik geloof, het is volkomen juist hetgeen daartegen dezen ochtend is opgemerkt door het geachte lid uit Gouda (den heer de Brauw); van mijne zijde wil ik daarbij voegen, dat ik zoodanigen kostbaren en in vele opzichten bedenkelijken eigendom aan onzen Staat niet toewensch. De Minister van Financiën zegt: „zoo gij dat niet wilt, stelt gij u bloot eene groote compagnie zich te zien vestigen, en hoe zullen wij die meester blijven?" Dat het Gouvernement zich te zwak acht om meester te blijven van eene compagnie in het land zelf gevestigd, schijnt mij nog al opmerkelijk. Ik neem aan, dat het eenige bezorgdheid zou kunnen wekken, wanneer, gelijk in België de groote Fransche Compagnie du Nord, eene maatschappij in den vreemde en daar langs onze grenzen exploiteerende, de exploitatie onzer spoorwegen met haren dienst verbond; maar eene hier onder onze wetten gevestigde maatschappij — ik zie met leedwezen, dat dit door het Ministerie gevaarlijk wordt geacht. In allen gevalle dat betoog, dat trachten van den Minister om ons daardoor vrees aan te jagen, bewijst dat het uitstel van beslissing ten aanzien der exploitatie, in het gewijzigde ontwerp van wet ingelascht niet zeer ernstig is gemeend.

De voorstellers van het amendement, die zooveel bezwaar hebben tegen staatsspoorwegen, moesten, zegt men, in allen geval het slot in het amendement niet hebben opgenomen; zij moesten de deur voor staatsspoorwegen geheel hebben gesloten. Daarop is reeds geantwoord door den eersten redenaar van dezen morgen (den heer

Sluiten