Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men verplicht was later tot aanvulling daarbij te voegen. Doch waarin bestonden die verhoogingen? In één post voor 1850 en één post voor 1851, telkens f 600000, tot vermeerdering van het speciale fonds voor de droogmaking van het Haarlemmermeer. \\ anneer men van de begrooting voor 1861 de uitgaat voor de spoorwegen aftrekt, dan moet bij de waardeering van het cijfer voor 1850 en 1851 hetgeen tot stijving van dat fonds bestemd was, evenmin in

aanmerking komen.

Daarenboven, die verhooging van dat speciale fonds had plaats omdat, zooals blijkt uit de wet van 31 December 1850, een deel der opgenomen kapitalen tot rentebetaling en ten behoeve van militaire verdedigingswerken besteed, en alzoo aan de oorspronkelijke

bestemming onttrokken was.

Ziedaar waarop alle verhooging, nauwkeurig beschouwd, nederkomt,. Ik denk, dat door den Minister, na dit te hebben gehoord, recht aan mijne opmerking zal worden gedaan.

Eene tweede betreft de algemeene maatregelen van inwendig bestuur, voor zoover zij strafverorderingen zijn. Ik wensch den Minister aan te bevelen, die aan eene algemeene en zorgvuldige herziening te onderwerpen. Herziening is, geloof ik, vooral noodig geworden door de wet, waarover ik berouw heb, die van 1854 tot uitbreiding van de rechtsmacht der kantonrechters. Tot voorbeeld noem ik ééne soort van die uitgebreide klasse van verordeningen, die op den ijk. Ik herinner de bepalingen van het Strafwetboek ten aanzien van het bezit en gebruik van andere maten en gewichten dan bij de wet zijn voorgeschreven. Die bepalingen houden zich binnen de nauwe perken van de zoogenaamde politiestraf. Doch onder de algemeene maatregelen van bestuur, den ijk betreffende, vindt men zoo menige verordening, waarbij verwezen wordt op artikel 1 der wet van 1818, volgens welke gestraft kan worden met f 100 boete en 14 dagen gevangenis. Er is geen verband, geene harmonie tusschen het stelsel van het Strafwetboek en die verordeningen. Feiten, veel minder zwaar dan die tegen

welke bij het Strafwetboek eene eenvoudige politiestraf is bedreigd,

kunnen volgens die verordeningen tot zelfs met 14 dagen gevangenis worden geboet. Dat is op zich zelf verkeerd, en te meer wanneer het opleggen dier straffen binnen de bevoegdheid der kantonrechters valt. Er is bij die algemeene maatregelen van inwendig bestuur zelve geen straf bepaald; het maximum van artikel 1 der wet van 1818 is de eenige grens; er is dus eene ruimte gelaten, welke de regels van het Strafwetboek verre te buiten gaat. In andere maatregelen van algemeen bestuur vindt men verbodsbepalingen, zonder dat naar de wet van 1818 of eenige andere uitdrukkelijk wordt verwezen. Intussclien gebiedt artikel 1 dier wet elke overtreding dier verordeningen te straffen, van welken aard ook. Ik behoef, meen

Sluiten