Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iedereen hechtte aan de instandhouding van een stelsel, dat de heerschappij van het moederland schraagde, en de rust en veiligheid in Indië waarborgde; een stelsel, dat aan het moederland groote voordeelen opleverde, en dat in Indië aan den arbeid, die eerste en voorname bron van welvaart, eene

r

krachtige impulsie had gegeven.

Welnu, in dien zin zou het kabinet in Indie behoudend te werk gaan. Indie te vergelijken met eene westersche maatschappij ging niet aan. Immers Indie had andere behoeften. Bovenal had het noodig een krachtig, eenhoofdig gezag. Doch wilde men dat, dan moesten ook aan dat gezag de middelen gegeven worden, om zich te handhaven; men moest het niet willen binden aan allerlei vormen, die er de kracht aan zouden ontnemen. Dit kon met het belijden van liberale beginselen in het moederland gepaard gaan. Ware liberaliteit bestond immers niet in het doordrijven van beginselen in alle tijden en alle omstandigheden. Ware Liberaliteit schuwde de dwingelandij in al hare vormen, dus ook het onverbiddelijk dwangjuk van een beginsel.

Ten slotte resumeerend, meende de minister, dat het nieuwe ministerie, uit liberale elementen samengesteld, geacht mocht worden aan de kamer welkom te zijn. Een toestand, zich kenmerkend door eenheid van inzicht en openhartige samenwerking tusselien regeering en vertegenwoordiging, zou thans kunnen worden verkregen. Zou echter wederom van machteloosheid blijken, dan mocht zij niet aan de zwakheid van het beginsel worden geweten; zij moest dan op rekening worden gesteld van jammerlijke verdeeldheid onder hen, die hetzelfde doel najaagden. Onze nationale instellingen zouden daarvan dan de onherstelbare schade moeten ondervinden. Echter „de Nederlandsche natie, wij zeggen het met volle overtuiging, de Nederlandsche natie is het twisten moede, en verlangt dat er gehandeld wordt. De kamer, wij mogen het met recht verwachten, zal ook in dit opzicht de ware vertegenwoordiging der natie zijn. Zij zal ons het handelen mogelijk, zoo niet gemakkelijk maken, en alzoo met ons het bewijs leveren, dat het liberaal element eene levenskracht bezit waardoor het, ook na lange sluimering, weet op te bouwen, en wat het opgebouwd heeft te behouden."

Aldus de minister van buitenlandsehe zaken op 23 April. Eerst bij de behandeling der definitieve begrooting van het elfde hoofdstuk der staatsbegrooting (departement van koloniën) deed zich de gelegenheid voor, de beginselen van het kabinet nader te toetsen, 's Ministers uiteenzetting had door haar vaagheid en onbestemdheid in den lande geen onverdeeld gunstigen indruk achtergelaten; vooral ook de door den minister gemaakte tegenstelling tusselien: liberaal in Nederland — behoudend in Indie, had de liberale partij zeer gegriefd. Intusschen was in de memorie van antwoord op het aanhangig wetsontwerp een andere toon aangeslagen, die met meer welwillendheid was vernomen. Dadelijk op den eersten dag der discussie was op dit onderscheid de nadruk gelegd.

De minister van buitenlandsehe zaken had zich daarop in de discussie gemengd en verklaard, dat ook in de memorie van antwoord de overtuiging weid wveigegevca van het geheele kabinet. Er was tusschen de „mededeeling" van 23 April en de memorie van antwoord, volgens hem, ook geen wezenlijk onderscheid.

Sluiten