Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is een stelsel van wèl doordachte bepalingen. De geachte spreker zal mij toegeven, dat de bepaling, waarop nu wordt gewezen, met niets anders samenhangt; het is eene uitzondering, gemaakt ten behoeve van een belang, dat niet eens binnen den kring van burgerlijke wetgeving ligt. Derhalve, of het stelsel van het Fransche Burgerlijk Wetboek goed zij dan niet, kan hier weinig afdoen. Ik laat daar, of de geachte spreker zelf als lofredenaar van alle de bepalingen van den Franschen Code Napoleon zou willen optreden. Dit, meen ik, zal de geachte spreker in allen gevalle moeten erkennen, dat deze bepaling van art. 374 van den Franschen Code voortgekomen is — ik zeg niet van Napoleon, hetgeen voor mij geen grond zou zijn om haar af te keuren, want Napoleon was auteur van zeer goede en uitnemende bepalingen — uit een tijd waarin Frankrijk ten gevolge der revolutiespanning in een toestand van gisting verkeerde, als waarin niet licht eenige andere maatschappij is geweest. Uit zoodanigen toestand stamt de bepaling af, en is dit nu de toestand waarin ot waarvoor wij deze wet maken?

In 1832 heeft men in Frankrijk de nieuwe wet gemaakt du recrutement de 1'armée; het is die van den 21sten Maart 1832. In het ontwerp, zooals het door de commissie aan de Kamer van Gedeputeerden was onderworpen, stond: dat de minderjarige, om een engagement volontaire te kunnen sluiten, moest „justifier du consentement de ses père, mère ou tuteur." Het ontwerp stelde alzoo voor, terug te keeren binnen den regel van het burgerlijk wetboek en de uitzondering van art. 674 te vernietigen. Bij de beraadslaging is toen door een lid gelijke aanmerking in het midden gebracht, als nu door den geachten spreker uit Amersfoort. Met het voleindigde twintigste jaar, zeide dat lid, wordt de minderjarige van het ouderlijke huis weggerukt door de wet; waarom hem dan met toegelaten op denzelfden leeftijd vrijwillig dienst te nemen ? Tengevolge dier opmerking zegt nu de wet in art. 32, dat de minderjarige niet, dan na zijn twintigste jaar te hebben volbracht, zonder ouderlijke toestemming vrijwillig in krijgsdienst kan treden.

De Fransche wetgever is dus zelf van de bepaling van den Code Napoleon teruggekomen. Doch is de reden, waarom in de Fransche kamer afgeweken werd van het ontwerp, dat den gewonen en natuurlijken regel eenvoudig handhaafde, wel juist ? Ik vraag dit omdat de spreker uit Utrecht ons diezelfde reden voorhoudt. Mij dunkt neen. Die reden is in geenen deele voldoende of aannemelijk. De wet roept minderjarigen in dienst, omdat, wanneer zij op de meerderjarigheid wachtte, de stoornis, die uit de dienstplichtigheid voor de burgerlijke maatschappij en hare bedrijven zou voortvloeien, te groot ware. Daarom wordt den leeftijd van den verplichten wettelijken dienst zoo vroeg gesteld als eenigszins mogelijk. Maar die reden heeft geene kracht hoegenaamd om eene afwijking van den thorbecke, Parlementaire redevoeringen, 18(>0—1861. 25

Sluiten