Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprekende, de Grondwet afzonderlijk te noemen. Doch het is niet alleen daarom, dat ik de Grondwet niet afzonderlijk noemde, zooals de geachte spreker uit Middelburg (de heer van Eek) in zijn amendement doet. Wij plegen dikwijls, en zelfs van tijd tot tijd, geloof ik, in onze wetten te zeggen: deze of gene wet strekt tot uitvoering der Grondwet. Met wet, in dien zin, algemeene maatregelen van inwendig bestuur op ééne lijn te stellen, zou wel eens tot misvatting kunnen leiden.

Het amendement werd met 30 tegen 24 stemmen verworpen.

Artikel 22. Het ontwerp luidde: „De raad wordt door ons gehoord over voorstellen tot vernietiging van besluiten der provinciale of gedeputeerde staten of van plaatselijke verordeningen."

Ik onderwerp de vraag, of dit artikel niet te veel en te weinig bevat, niet te ver en niet ver genoeg gaat? Ik geet reden. „De Raad, zegt het artikel, wordt door Ons gehoord over voorstellen tot vernietiging van besluiten der Provinciale of Gedeputeerde Staten of van plaatselijke verordeningen." In de Memorie van Beantwoording lezen wij over die uitbreiding: „De voorlichting van den Raad is evenzeer wenschelijk, wanneer de vernietiging van eenig besluit door eene autoriteit wordt voorgesteld, al is de Regeering van oordeel dat hieraan geen gevolg behoort te worden gegeven." Een burgemeester bijv. weigert een besluit van den gemeenteraad uit te voeren als, naar zijn gevoelen, strijdig met de wet ot het algemeen belang. Dat voorstel tot vernietiging moet, volgens dit artikel, aan den Raad van State worden onderworpen. Gaat het niet te ver, niet alleen dan wanneer de Minister uit eigene beweging meent dat eenig besluit moet worden vernietigd, maar ook dan wanneer eene ondergeschikte autoriteit zoodanig voorstel doet, den Raad van State daarover te moeten hooren ? Wat geschiedt in geval eene ondergeschikte autoriteit vernietiging voorstelt ? Zoo bijv. een burgemeester weigert uit te voeren, wordt de zaak volgens de wet gebracht aan Gedeputeerde Staten, die onderzoeken en verslag doen aan de Regeering. Derhalve is de zaak reeds als het ware contradictoir onderzocht, wanneer zij tot den Minister komt. De vraag: vordert de wet of het algemeen belang vernietiging ? kan reeds voldoende geïnstrueerd zijn, zoodat, wanneer de Minister moet oordeelen dat er geene termen tot vernietiging bestaan, het niet noodig schijnt de verplichting op te leggen, evenwel den Raad te hooren.

Maar, zoo het noodig is, over iedere vernietiging of zelfs over ieder voorstel tot vernietiging den Raad van State te hooren, hoe dan wanneer het geldt verleening of onthouding der Koninklijke

Sluiten