Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als iemand wil ik tot desorganisatie of verstoring van de inlandsclie maatschappij medewerken.

Op de vraag van den heer van Heukelom, eene vraag door den Minister op zijne wijze beantwoord: wat zijn de hoofden anders dan Nederlandsche ambtenaren? antwoord ik: de hoofden zijn buitendien leden, eerste leden van de inlandsclie maatschappij. Het denkbeeld om van die hoofden partij te trekken tot onderdrukking der bevolking kan bij niemand onzer bestaan. Doch de Minister scheen mij voor de natuurlijke, heilzame betrekking der hooiden met de inlandsclie bevolking nadeelige gevolgen te duchten; en nu is de vraag, in hoe verre die te duchten zijn van eene afschaffing der gedwongen diensten, alleen gedwongen omdat wij gebieden ze aan de hoofden te praesteeren.

De motien. Ware geene motie voorgesteld, of kon ik mij met eene der voorgestelde motien vereenigen, ik zou er geene hebben voorgedragen. Ik geloof niet dat zij dikwerf te pas komen. Het is eene poging 0111, waar bij den aanvang eener deliberatie geen voorstel ter tafel ligt, in welks aanneming of afstemming zich het resultaat der beraadslaging oplost, ten aanzien van het behandelde onderwerp te komen tot eene verklaring van hetgeen, over dat onderwerp, het oordeel der Kamer is. Ik hecht niet uitermate aan motien, maar het kan soms noodig zijn ze voor te stellen; en 11a de reeds voorgedragene, heb ik mij tot de mijne verplicht geacht.

Al de vier motien hebben één beginsel gemeen; afschaffing van gedwongen diensten. Men veroorlove mij gedwongen diensten te noemen, zonder dat ik er bijvoege dat ik de cultuurdiensten niet bedoel. Eene motie is geene wet: zij slaat op hetgeen het onderwerp der beraadslaging was, en dat heeft zich niet over de cultuurdiensten uitgestrekt.

Het gemeene beginsel der motien is, het doen ophouden van gedwongen diensten: overigens is er verschil.

Over de motie van den heer Keuchenius is, dunkt mij, genoeg gezegd; ik zal er niets bijvoegen. De heer van Swieten dacht — eveneens als dit mijne meening was — dat bij deze gelegenheid niet alleen sprake moest zijn van dat ééne punt, afschaffing van gedwongen diensten aan de hoofden, maar dat gedachte en beraadslaging wel mochten gaan over opheffing van gedwongen diensten in het algemeen. Waarom heb ik geen genoegen genomen met de motie van den heer van Swieten, schoon het doel dat hij bereiken wil, ook het mijne is? Niet alleen omdat die motie mij te onbestemd voorkomt, maar vooral omdat het denkbeeld eener algemeene opheffing van de heerediensten op eens, tegen invoering of verhooging van belasting, de zaak die wij willen tot in het onbepaalde zou verschuiven, licht niet uitvoerbaar zou bevonden worden, en niet beantwoordt aan hetgeen ons bij de financien in Indie voor oogen moet staan. Hoe meer in Indie de uitgaven klimmen — en zij zullen nog meer klimmen — hoe meer men op het openen van nieuwe hulpbronnen in belasting bedacht moet zijn. In afkoopbare

Sluiten