Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zal uien nu wachten totdat de weg door de Pruisische ltegeering worde gemaakt? Met eenige bevreemding las ik in de Memorie van Beantwoording dat de Regeering den weg — daar is van dien van Nieuwe Schans naar Ihrhove spraak, — „nog niet" voor eigen rekening wil aanleggen. Ik meende dat zij in de laatste jaren van eigen aanleg van spoorwegen geheel had afgezien. In allen gevalle hebben wij, geloof ik, niet licht te verwachten dat het Pruisische Gouvernement gereed zal wezen om van de Glanerbrug naar Munster of Rheine te bouwen; wel mogen wij rekenen op zijne genegenheid om concessie te geven. Het zal er dus op aankomen, dat de vroegere concessievragers uit hunne rust ontwaken, en, ware onze Exploitatie-maatschappij in staat, hare medewerking zou veel goed kunnen doen. Zij schijnt voor het oogenblik niet in zoo gunstigen toestand 0111 naar buiten te kunnen zien. Ik vertrouw evenwel, dat zij, herstellende, opnieuw zal beproeven wat zij ter bevordering der aansluiting doen kunne.

Ten laatste Amsterdam en Rotterdam.

De heer Dullert zeide: „ons spoorwegnet is op een paar verbindingen na voltooid." „Op een paar verbindingen 11a," nog al aanzienlijke restanten, bij wier aanvulling wij op eenige millioenen niet moeten zien. Wij moeten de verbindingen te Amsterdam en te Rotterdam volkomen goed maken, niet gebrekkig, wat, eens bedorven, niet te herdoen is, maar die, zoover wij kunnen in de toekomst ziende, op den breedsten grondslag bouwen. In den herfst van 1862, hetzelfde jaar waarin wij op onderscheiden punten aansluiting niet den vreemde vaststelden, werden de eerste ontwerpen van spoorwegverbinding te Amsterdam en te Rotterdam nagenoeg gelijktijdig aan de collegien van dagelijksch bestuur aldaar medegedeeld.

In den herfst van 1864, dus nu vier jaren geleden; zoodat het mij bijzonder welkom was in de Memorie van Toelichting en Beantwoording te lezen: „Het groote belang dezer verbindingen, de groote werken die daarin moeten worden gemaakt en die een geruimen tijd voor de uitvoering zullen vereischen, vorderen eene spoedige vaststelling van de richting voor die gedeelten." Het ministerieele antwoord, dunkt mij, op de aanbeveling die wij ons veroorloofd hebben in het adres bij den aanvang dezer zitting aan den Koning te doen. Elders kan het belangen van een deel gelden, hier geldt het belangen van het gansche land; in elk der beide eerste koopsteden niet enkel drie spoorwegen aan een te sluiten, maar bovenal de groote scheepvaart in onmiddellijke aanraking met het spoorwegverkeer te brengen. Daarom zie ik met zeer bijzondere deelneming, waarmede ik van den aanvang af deze aangelegenheid behandelde, de definitieve voordrachten te gemoet.

De besturen van Amsterdam en van Rotterdam hebben tot dus ver niet dat ongeduld doen blijken, 't welk men elders wel eens in overmaat aantreft, maar ieder die het Landsbelang ter harte neemt, de Minister vooral, moet ongeduldig wezen.

Sluiten