Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdrukking van die tot regeling van het middelbaar onderwijs volgende, zeide: „Voor iederen kadet wordt jaarlijks f 600 gestort," — ik noem f 600, omdat die som is voorgedragen, niet om haar in bescherming te nemen, — zou daarbij kunnen gevoegd worden: „Ten behoeve der kadetten, bestemd voor den dienst in 's Rijks overzeesche bezittingen kan een gedeelte dier som, jaarlijks door Ons te bepalen, ten laste van het Departement van Koloniën worden gebracht." Dan ware de som jaarlijks naar de behoefte te regelen, en de wet duidelijk.

Ik zou wel wenschen, dat de Minister zijn gevoelen te kennen gaf over de noodzakelijkheid om, volgens de tweede alinea, van betaling onbepaald te kunnen vrijstellen. Dat schijnt mij bedenkelijk. Ik wil hoegenaamd niet ontkennen, dat er gevallen zijn waarin bijzondere vrijstelling billijk zou zijn. Maar daartegenover staat het misbruik. En hoe regels voor zulke vrijstelling zouden kunnen gegeven worden, zie ik volstrekt niet in. Vrijstelling zal beoordeeld dienen te worden naar de natuur van ieder bijzonder geval. Daargelaten het bezwaar tegen de zaak zelve, tegen opneming eener bepaling, als die der tweede alinea, in de wet.

Ik verlang dus daarover het gevoelen van den Minister te vernemen, gelijk over dergelijke lezing van het artikel, als ik de vrijheid nam aan te geven.

De minister van koloniën bleef aan het tweede lid van het regeeringsvoorstel hechten.

Amendement van den heer Th., het artikel te doen luiden:

„Voor ieder kadet wordt jaarlijks eene som van vijf honderd gulden gestort.

„Ten behoeve der kadetten, bestemd voor den dienst in 's Kijks overzeesche bezittingen, kan een deel dier som, jaarlijks door Ons te bepalen, ten laste van het Departement van Koloniën worden gebracht."

Wanneer men in eene wet leest: ,,tot te gemoetkoming in de kosten der Academie wordt voor iederen kadet eene jaarlijksche bijdrage van f 600 voldaan", dan kan dit niet anders beteekenen dat dat die som door de ouders of voogden van den kadet zal worden betaald; niet dat het Departement van Oorlog of van Koloniën zich daarmede zal kunnen belasten.

Dat is ook de zin, dien beide Ministers aan de uitdrukking verbinden. Maar de Minister van Koloniën houdt het denkbeeld, om regels voor de vrijstellingen te geven, vast. Dat denkbeeld is mij tot dus ver niet helder. De regel is: eene bijdrage, door de kadetten te voldoen; op dien regel zullen uitzonderingen kunnen gemaakt worden, en nu zullen die uitzonderingen wederom onder regels worden gebracht V

Onder de uitzonderingen noemt de Minister geheele vrijstelling van de Indische kadetten. Is vrijstelling eener geheele klasse met het begrip van uitzonderingen bestaanbaar? Het zal toch eene

Sluiten