Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4de alinea gesproken wordt? Mijns inziens ongetwijfeld, en zou het zelfs ongerijmd zijn indien het anders ware. Doch ik zou gaarne hooren dat de Minister dit ook ongerijmd zou vinden. Ik hecht aan des Ministers fintwoord, opdat openlijk verklaard worde, dat de waarborg der 3de alinea ook geldt voor den grond, in de 4de alinea bedoeld.

Mijne tweede vraag betreft de woorden: ,,de op hoog gezag ingevoerde suikercultuur". Heeft de heer 's Jacob het den Minister verweten, dat hij onderscheidt tusschen onteigening ten algemeenen nutte en onteigening ten behoeve der suikercultuur? Ik durf dat niet stellig zeggen: maar in allen geval heeft hij doen opmerken, dat de Minister die onderscheiding maakt. En daarom wil ik als mijn gevoelen te kennen geven, dat die onderscheiding juist is. Onteigening van grond ten behoeve eener suikerfabriek is, mijns inziens, geen onteigening ten algemeenen nutte.

Aan den Minister vraag ik: Is het speciaal noemen der suikercultuur hier wel noodig? Liefst las ik de alinea — niet juist zooals zij door den heer van Naamen is voorgesteld — aldus: „Over gronden, door inlanders voor eigen gebruik ontgonnen, of als geineene weide of uit eenigen anderen hoofde tot de dorpen behoorende, wordt door den Gouverneur-Generaal niet dan ten algemeenen nutte volgens art. 77 beschikt."

Waartoe hier van de suikercultuur gewaagd? Volgens de voordracht van den Minister eindigt de suikercultuur op den tegenwoordigen voet na eenige jaren. Wij hebben een aantal, sedert korter of langer tijd opgerichte fabrieken, doch nieuwe contracten worden niet meer uitgegeven. Eene bepaling omtrent beschikking over gronden ten behoeve van de suikercultuur kan alleen beteekenis hebben voor de fabrieken, die op dit oogenblik bestaan, en die beschikking houdt in allen gevalle, in den geest en volgens de voordracht van den Minister, met het jaar 1890 op, of zooveel vroeger als wellicht de Minister zal goedvinden, in overleg met de Kamer vast te stellen. Maar hoe dan ook, wat er omtrent beschikking over gronden ten behoeve van de suikercultuur te regelen valt, kan en moet in de speciale wet geregeld worden. Wij kunnen niet hier, in den tekst zeiven der Grondwet voor Indië, eene dergelijke voorbijgaande bepaling, enkel voor een toestand, die ophoudt, dienstig, inlasschen.

De Minister verplicht mij, zoo hij mij daaromtrent wil inlichten, en ook omtrent dit punt. Beschikking ten behoeve van de suikercultuur betreft alleen de tegenwoordige fabrieken. Is die beschikking niet reeds afgeloopen? Zijn de gronden, welke de tegenwoordige suikercultuur betreft, niet reeds lantj aangewezen?

Doch al mocht nog eenige beschikking noodig zijn ten behoeve der fabrieken, die nog eenige jaren op den ouden voet zullen blijven bestaan, blijft altoos de eerste vraag, of een voorschrift betreffende die beschikking in dit artikel en in liet Regeeringsreglement te pas kome.

L

Sluiten