Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

discussie der begrooting vóór Paschen kon atioopen; dat wij dan tusschen Paschen en de verkiezingen de vestingwet konden behandelen, om daarna wellicht genoodzaakt te zijn de verdere organisatie, herziening van de militiewet, regeling der schutterijen, te verdagen tot de volgende zitting.

Het is gebleken, dat de Kamer niet gedaan heeft, niet heeft kunnen doen hetgeen ik mij had voorgesteld.

De Minister van Oorlog kon eerst tegen Februari aanvaarden. Wanneer hij meende, dat van zijne zijde onderzoekingen en opnemingen vooraf moesten gaan om de vestingwet aan de Kamer te kunnen voordragen, welk bezwaar kon men daartegen doen gelden V

Het kader, dat ik omschreef, bevatte de werkzaamheden, waarvoor, naar ik meende, nog in deze zitting tijd zou worden gevonden. Niet ik, de tijd, dacht me, sloot onderwerpen uit, die ik liever in deze zitting dan in de volgende had zien behandelen.

Enkele stukken van het programma, dat men door de Regeering gaarne aangenomen zag.

Vooraf, Mijnheer de President, een woord over een denkbeeld van breeden omvang, dat door meer dan een spreker aangeroerd werd: de geest van den tijd.

De heer van Eek zeide, en het is door den heer Heemskerk Az. beaamd: „de geest van den tijd zyn wij".

Toen ik den heer van Eek dit hoorde zeggen, dacht ik: hij heeft — de Kamer vergunne mij twee duitsche regels aan te halen — de woorden van Faust bij Goethe in den zin:

„Was ihr den Geist der Zeiten heisst,

„Das ist im Grund der Herren eigner Geist,

„In dem die Zeiten sich bespiegeln".

Inderdaad, is de verzoeking niet groot om hetgeen het individu verlangt voor den tijdgeest te houden ? Is het daarmede anders gelegen dan wanneer men zich op een volks verlangen beroept V Men laat het volk willen hetgeen men zelf wil, en omkleedt zich aldus met een groote autoriteit.

De geest van den tijd, volgens sommige sprekers, brengt mede, dat veel oud en verouderd is, en dus vervangen moet worden. Ik hoorde den heer van Eek zeggen: de Grondwet is rwh drie en twintig jaren oud. Drie eu twintig jaar, dat is de meerderjarigheid.

„Reeds drie en twintig jaar" — de Grondwet heeft afgedaan, zij moet herzien worden.

Wij gaan snel, Mijnheer de President.

Volgens den heer van Houten „is er strijd tusschen oude vormen en den nieuwen geest." De oude vormen, in den zin van den lieer van Houten, schijnen geen geest te hebben. Maar de nieuwe geest heeft zjjiie vormen nog niet gevonden; en dat zal toch, wanneer men van zaken van Regeering spreekt, niet onnuttig wezen. Men hervormt Staat en maatschappij niet gelijk de wetenschap. Men schept niet feiten of wetten gelijk men denkbeelden schept.

Sluiten