Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vervoer, liefst voor niet; en wanneer zich die aandrang jaar in jaar uit telkens herhaalt, welk Gouvernement is in staat op den duur weerstand te bieden? Zoo al een Minister het heden mocht kunnen, hij zal worden opgevolgd door een ander die het niet kan.

Ik kom tot de klachten van den heer Bergmann, ondersteund door den heer de Willebois.

Als stelsel verlangt de heer Bergmann: „geene meerderheid van spoorwegmaatschappijen; öf ééne maatschappij óf alles in handen van het Gouvernement." Ik laat het stelsel daar; ik ben daarvan geen voorstander, en heb de invoering bij ons tegengehouden; maar ik onderwerp de vraag of de geachte spreker, indien het aangenomen wierd, zich in hetgeen hij van een spoorwegbestuur verlangt niet zou te leur gesteld zien. Wanneer alles in ééne hand, hetzij van eene Maatschappij, hetzij van het Gouvernement vereenigd is, dan zal het publiek van die ééne hand afhankelijk zijn met opzicht zoowel tot de vrachtprijzen als andere belangen, welke de geëerde spreker in bescherming neemt. Wil hij dat? Zijn rede is daarmede in strijd.

Bij eene meerderheid van Maatschappijen, zooals wij die hebben, bestaat het onwaardeerbare voordeel, dat de mededinging aan het publiek verschaft, en over alle het toezicht, de onpartijdige controle der Regeering met hare dwangmiddelen in liet algemeen belang. Waarborgen, welke de geëerde spreker, alle diensten in één bestuur centraliseerende, missen zal.

De geachte spreker klaagt over het ontbreken der aansluiting te Utrecht. Zeer terecht. Het punt is ook behandeld door den spreker uit Zierikzee, en was aangeroerd in de Memorie van Beantwoording. De verbinding kwam niet tot stand, omdat de directie der Rijnspoorwegmaatschappij voorwaarden, vreemd aan die regeling, van de Regeering verlangde, waaraan niet kon worden toegegeven. De eerste van die voorwaarden was, dat de Maatschappij ontheven wierd van hare verbindtenis om de aansluiting te Rotterdam te maken. Op die voorwaarde hield de directie eenige maanden geleden opnieuw aan. Ik antwoordde : zoo lang van die voorwaarde gesproken wordt, geen verdere onderhandeling. Daarna heeft de directie, zich bedenkende, de voorwaarde laten vallen. Nu onderhandelt men eii zal de verbinding worden gemaakt.

De vrachtverhoogiug der expres-treinen op den Rijnspoorweg. De heer Bergmann gewaagde daarvan gisteren, alsof wij die nog jaren lang te betalen zouden hebben; hij kan evenwel gezien hebben, dat met den aanvang van den zomerdienst niemand verder aan de betaling eener verhoogde vracht zal onderworpen zijn.

„De nauwkeurigheid van vervoer en bestelling laat te wenschen over". Ik vrees, dat dit overal zoo is. De feilen behooren aan hen, die met het toezicht belast zijn, medegedeeld te worden. Wanneer men naar visch verlangt en hij blijft twee uren na het diner uit, en men heeft twee weken noodig om te ontdekken waar de vertraging was, en nog eens vier weken om antwoord op de klacht

Sluiten