Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouwd, vereenigen met het groote verschil van godsdienstige begrippen? Omtrent hetgeen waaraan het burgerlijk lager onderwijs voldoen moet is het mogelijk, eenheid van eisch en belang aan te nemen; maar ook zoodra men godsdienstleer in den kring trekt?

De geachte afgevaardigde uit Noordholland, de heer Messcliert van Vollenhoven, gaat verder.

Hij wenscht dat men zijn plichtbesef eerbiedige. Ik ben de eerste dat te doen: wie uit plichtbesef spreekt verdient gehoord te worden, al ware lig alleen van zijn advies.

De geëerde spreker heeft geen vrede met „gematigdheid". Hij verklaart zich niet alleen daartegen, maar ook tegen al wat maat is. „Er is zegt hij, maar één geloof." Te recht vraagt de heer van Rhemen: „bezit gij dat geloof?" Ziedaar het ongeluk, dat het geloof, soms helaas ook de wetenschap, exclusief is, en hem, die anders gelooft, verkettert. Er is één geloof, gelijk er ééne waarheid is; maar wie mag beweren, dat dat ééne geloof, die ééne waarheid, in het bezit is van eenig sterveling? Al wat hij bezit is beperkt, gelijk hij zelf beperkt en eindig is; zoo ook kan zijn geloof niet absoluut, niet exclusief zijn: het is een beperkt geloof, eene beperkte waarheid, aan te vullen door het geloof, door de waarheid, van wege anderen ontdekt.

„Kerkelijke toestanden, hoorden wij den spreker zeggen, hebben met het schoolonderwijs niets te doen." Hoe kan ik dat rijmen met hetgeen hij liet volgen? „De Grondwet schrijft voor, dat het openbaar onderwijs geregeld worde met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen." Het openbaar onderwijs volgens de wet van 1857 voldoet niet aan de Grondwet, omdat het niet ieders godsdienstige begrippen eerbiedigt, zegt de geachte spreker. Indien dat is hetgeen hij verlangt, heeft dan het onderwijs niets met kerkelijke toestanden te maken?

„Ieders godsdienstige begrippen moeten worden geëerbiedigd." De geachte spreker is te oud in de wereld geworden om een oogenblik te kunnen meenen, dat zijn geloof het geloof is van een ieder. Waar is de wet, waar de wetgever te vinden, die op zich zou nemen „ieders" godsdienstige begrippen te eerbiedigen in den geest van den spreker, of zich naar ieders godsdienstige begrippen te richten ? Is dat eene mogelijke zaak, en moet men, daarop doordenkende, zich niet de vraag voorleggen: kan dat de zin der Grondwet zijn? Wel neen, Mijnheer de President, dat is de meening der Grondwet niet. Ik was bij het ontstaan dezer phrase tegenwoordig; ik heb daarover gediscuteerd; ik heb toen voorspeld welk misbruik men daarvan maken zou, en meende, dat men, die bewoording weglatende, even veilig zou zijn, en in dezen Staat bij deze Grondwet niet te vreezen had hetgeen men door die phrase wilde verhinderen. Wat wilde men verhinderen? Dat het openbaar onderwijs iemand in zijne godsdienstige begrippen krenkte. Het gebod der Grondwet is enkel negatief; niets anders; niemand kan op grond daarvan aan

Sluiten