Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraamd werd. Naar die regeling bleef er voor de laatste vijf jaren nog eene taak van 17 a 18 millioen te verwerken; waarvan men dus nu reeds vier a vijf millioen achter den rug heeft.

Wie kan, bij herinnering dezer feiten, zich verwonderen, dat de kas niet gevuld is?

Doorloopende hetgeen in de laatste jaren gebeurd is, zie ik niet dat de Directie schuld draagt aan de tegenwoordige verlegenheid.

In eene vorige vergadering vroeg de heer Stieltjes, of de Regeering verlof zou geven om den IJdam te sluiten, alvorens de afwatering behoorlijk verzekerd ware.

De Kamer kon zoo even reeds opmerken dat hetgeen noodig is om de waterlossing behoorlek te verzekeren een punt van verschil uitmaakt. De heer Stieltjes vordert veel meer en iets geheel anders dan de ingenieur Waldorp, de hoofdingenieur van Noordholland. Ik laat dit thans daar; het is een ingenieurstwist. Doch wanneer de heer Stieltjes vraagt, of de Regeering verlof zal geven, zeg ik: de Regeering heeft geen verlof te geven.

Ik treed niet in discussie of het goed geweest is, dat men eenige jaren aan de Kegeering een stelsel van termijnsbepalingen heeft afgedwongen; zooveel is zeker, dat volgens eene dier bepalingen de IJdam met lo. November 1872 gesloten moet zijn, en bij gebreke de Maatschappij van hare rechten vervallen is.

Bevoegd is de Maatschappij, te sluiten, nadat de Zuiderzeesluizen met de stoommachines zijn opgeleverd, waarvan men niet ver af is.

Nu zeg ik niet, dat in een zeker geval tusschenkomst der Regeering, althans zoolang ik hier zit, onmogelijk zal zijn; maar een stellig op de concessie gegrond recht heeft de Regeering niet. De Maatschappij kan zelfs aan het Gouvernement tegenwerpen: „wanneer gij ons wilt verplichten om den IJdam langer open te houden, dan noodig is, dan belet ge ons in te polderen, of noodzaakt ons de dijken ter voorbereiding of bescherming der inpoldering te verzwaren. Ons belang is, dat het IJ zoo spoedig mogelijk een stil water worde."

Het is gebleken, dat ik bedacht ben voor de belangen van Amsterdam, ook daar waar het mij voorkomt dat de hoofdstad haar eigen belang verzaakt, eer meer dan minder te doen. Maar de zaak op de punt van een naald nemende, mag men niet zeggen, dat sluiting van den IJdam onvoorwaardelijk van eene vergunning der Regeering afhangt.

De heer Stieltjes kwam nogmaals terug.

Ik herinner aan de sprekers de bepalingen der concessie. Zij vordert in de afdamming aan den Paardenhoek sluizen en stoommachines voldoende, ter beslissing van den Minister, voor de behoeften der uitwatering, en ruim van een vermogen om het kanaal op 50 onder A.P. te houden, zonder dat op waterloozing door de Noordzeesluizen gerekend worde.

Sluiten