Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 hans diaag ik voor, en nu kan de Kanier toestaan of weigeren, dat aan den hoogleeraar Kaiser eene verhooging van f 700 als

mera liberalitas worde toegekend.

Artikel 125. Subsidies voor verzamelingen en andere inrichtingen te Groningen. De nieuw benoemde hoogJeeraar in de botanie had f 1200 aangevraagd tot aankoop van mikroskopen, platen, enz., welke som op de begrooting was gebracht. Waarom? vroeg de heer Idzerda. De vorige hoogleeraar bezat reeds hetgeen nu opnieuw zou aangeschaft worden; waar was dat dan gebleven?

Het blijkt reeds uit mijne Memorie van Antwoord, dat de nieuwbenoemde hoogleeraar in de botanie te Groningen te kennen heeft gegeven, dat de meest noodzakelijke hulpmiddelen van onderwijs ontbraken; ten gevolge waarvan, ten einde hem in staat te stellen die aan te schaffen, de som bij art. 125 met f1200 is verhoogd. Moet ik nu uit de aanmerking van den geëerden spreker, dr. Idzerda, opmaken dat hij instelling van een onderzoek verlangt, waar het ontbrekende gebleven zij? Indien de geachte spreker stellig weet, dat hetgeen tot dusverre bij het onderwijs diende en nu verdwaald schijnt, publiek eigendom is, dan ben ik tot onderzoek verplicht. Maar is het twijfelachtig, of die voorwerpen behoorden aan den vorigen hoogleeraar, dan ware wellicht het onderzoek te vermijden. En nu zou, dunkt mij, de Minister iets meer stelligs moeten weten omtrent den eigendom der voorwerpen, om te doen hetgeen de geachte spreker schijnt te verlangen.

Ik vraag dus den geëerden afgevaardigde: is er eenig stellig vermoeden, dat de voorwerpen, die hij bedoelt, eigendom des Rijks zijn?

30 November.

Middelbaar onderwijs.

Hernieuwde discussie over oude themata.

Middelbare meisjesscholen.

Toelating van meisjes in de hoogere burgerscholen.

Examens van toelating en overgang. Eindexamens.

Burger dag- en avondscholen.

Landbouwonderwijs. Landbouwscholen. Rondtrekkende leeraren.

Subsidiën aan scholen voor landbouwonderwijs.

Hooger landbouwonderwijs.

Een woord aan den heer Vader, die niet alleen tegen meisjesscholen, maar tegen toelating van meisjes in scholen van middelbaar onderwijs waarschuwt. Hij begon de verklaring van zijn gevoelen met een algemeene opmerking; „Kennis is'macht, zoo zegt de weield. Ik zou dat niet zoo onbepaald durven nazeggen. Ingeprente kennis is geen macht. Alleen die kennis is macht, die men door denken, door eigen inspanning van den geest verkregen heeft. Ik zeg dit in overeenstemming met hetgeen ik de eer had zoo dikwijls in deze Vergadering als ruijne meeuing te doen kennen. Kennis zij macht, zegt de geachte spreker, maar hij wil vermeer-

Sluiten