Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geachte spreker? Daaruit leidt hij af, daaruit meent hij de zekerheid te mogen ontleenen, dat de samenstelling van de troonrede nu niet anders is geweest, dan hetgeen zij, volgens zijne berichten, te voren was. Derhalve, omdat de homogeniteit in dien zin, waarvan ik gewaagde, door mij is tegengesproken, kan er nu, volgens den geachten spreker, ook geen overleg tusschen de onderscheidene leden der Regeering over de troonrede plaats hebben! Nu kan, volgens hem, wat ieder Minister betreffende zijn departement wenschle te zeggen in de troonrede niet een onderwerp van deliberatie in den ministerraad ziin geweest. Wanneer de geachte spreker, zooals het mij scheen, veroordeelt, dat ieder Minister te voren zijne bijdrage had geleverd, dan veroordeelt hij ten onrechte. Hoe toch wil men komen tot de elementen van eene troonrede, tenzij door bijdragen van de onderscheidene hoofden van departementen? Wie zal, wanneer over bijzondere punten gesproken wordt het eerste opstel geven van hetgeen over het onderwerp behoort e worden gezegd, tenzij het hoofd van het departement, betrokken * ij ie on< erwerp? En wanneer dergelijke bijdragen worden overwogen in den Ministerraad, wanneer die daar worden gebracht tot één geheel, wanneer die bijdragen daar worden of onveranderd behouden of gewijzigd, dan zou ik gelooven, dat men ze, in de troonrede opgenomen in het algemeen zou kunnen beschouwen als behelzende de meening van het Gouvernement. Welken anderen weg van samenstelling eener troonrede in zooverre haar inhoud van de Ministers behoort voort tc komen de geachte spreker zou willen aanwijzen, is mij te eenen male onbekend en onmogelijk voor mij te raden.

Om te betoogen, dat in dit ontwerp-adres te veel wordt gezegd heeft de geachte spreker de aandacht der Kamer vervolgens gevestigd op de keuze voor de gemeenteraden. Hij heeft in de eerste plaats gevraagd, hoe is die keuze uitgevallen? Doch dit gaat hij voorbij. Hoe was de opkomst van de stemgerechtigden, was de vraag die de geachte spreker zich heeft voorgesteld te beantwoorden, in verband namelijk met hetgeen de geachte spreker als het eenige doel van de ïeswet, van de provinciale- en de gemeentewet doet voorkomen. De troonrede zegt, dat de kieswet, de provinciale- en de gemeentewet in hare werking aan het doel van den wetgever beantwoorden. De wetgever heeft niets anders bedoeld of kunnen bedoelen, zegt de geachte spreker, dan verlevendiging van den burgerzin. Gewis, Mijne Heeren, de wetgever heeft dat bedoeld. Maar de wetgever heeft geenszins dat alleen bedoeld en eene meer of min goede werking van die wetten kan geenszins alleen uit het cijfer der kiezers, die opkomen worden afgeleid. Het eerste doel van die wetten is geweest regeling' en dat geeft de geachte spreker zelf in zijn amendement te kennen' waar hij die wetten samenvattende, zegt: dat zij de politieke organisatie van het volk uitmaken. Het eerste doel is regeling van die werking van het volk, regeling van het algemeen gouvernement, van het

Sluiten