Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij daar ligt, en ik zal die gewoonte ook nu nog volgen. De uitvoering, welke dit art. 194 behoort te erlangen door de wet, moet harmonisch, eene samenstemmende uitvoering aller deelen wezen. Men moet niet beginnen met de uitvoering der bepaling „het geven van onderwijs is vrij" zonder eene gelijke uitvoering van de andere bepalingen van het artikel- Men moet het eene regelen gezamenlijk met het andere, niet alleen om getrouw te blijven aan de Grondwet, maar omdat de aard van de zaak dit medebrengt. Of zouden wij niet, daargelaten het stelsel der Grondwet, tegen den aard der zaak handelen, wanneer wij, bij het naderen van eene nieuwe orde van zaken, die door de wet moet geregeld worden, eenvoudig verklaarden: het onderwijs is vrij? Wij zouden inderdaad niets anders doen dan een toestand zonder regel in het leven roepen. Wij zouden eene anarchie scheppen, en later, wanneer het op regeling aankwam, menig vooroordeel, menig bijzonder belang moeten kwetsen, onder de heerschappij dier vrijheid ontloken. De bereiking van het hoofddoel zou dus belemmerd worden, en dit kan niemand willen, die eene goede inrichting van het openbaar onderwijs, eene goede regeling van de vrijheid, eene ware uitvoering van dit artikel der Grondwet wenscht.

Het is uit dien hoofde, Mijne Heeren, dat ik zelfs van verre niet kan beloven iets te zullen doen, al mocht het amendement worden aangenomen, tot verwezenlijking van hetgeen de geachte voorsteller beoogt.

Ik ben, Mijne Heeren, een vriend, een voorstander van vrijheid, inzonderheid ook op het gebied van het onderwijs. De geachte spreker weet, dat ik een -van de oudste strijders voor die vrijheid ben. Ik weet, dat die vrijheid, wanneer zij zal worden ingevoerd, menige niet heilzame vruchten zal dragen. Onder deze tel ik die, welke de spreker verlangt; het zijn sectescholen; ik acht die, om niet meer te zeggen, geenszins wenschelijk. Maar ik zal daarom niet het minste aan die vrijheid ontnemen bij de wet, die ik zal voorstellen. Men verge evenwel niet van mij, dat ik, om zoodanige sectescholen te verkrijgen, de indiening van een ontwerp van wet bespoedige, of dat ik zelfs voorloopige maatregelen neme, ten einde, zonder eene volledige algemeene inrichting van het onderwijs, aan eene partij eene vrijheid te doen geworden, waarvan door haar in mijn oog niet zoodanig gebruik zal worden gemaakt, als met het algemeen belang overeenstemt.

De lieer Groen komt terug.

Ik betreur het opnieuw, dat de geachte spreker, bij het voorstaan van zijn gevoelen, eene stof van zóó verschillende beschouwing op het terrein brengt met de uitdrukking, bij hem gewoon, het rcclit der gezindheid. Hij heeft opnieuw, en op meer dan ééne wijze, getracht het ontwerp dat door mij zal worden ingediend in verdenking te brengen. Hij heeft gemeend, dat ik en die van mijne denkwijs zijn

2*

Sluiten