Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de denkwijze van den onderwijzer kennen. Dit is zonder twijfel eene tweede bron van informatie. Maar men kan dan toch niet op de denkwijze van den onderwijzer alleen afgaan. Deed men dit, men zou zich niet zelden bedriegen. Bijzondere redenen kunnen den onderwijzer beletten, ten aanzien van een jong mensch, dien hij anders kundig genoeg zou achten, te verklaren, dat hij rijp is voor de akademie.

f moet blJ het Gouvernement eene algemeene bron van informatie zijn, niet ten aanzien van ieder individu afzonderlijk, en daaruit moet een overzicht worden verkregen omtrent den staat van het onderwijs en den graad van kunde van de onderwezenen. Zoodanig algemeen overzicht kan alleen worden geput uit een dergelijk algemeen examen, hetgeen geenszins uitsluit, dat ook de onderwijzer geraadpleegd worde De geachte spreker heeft in de derde plaats een bezwaar, dat ik heb geopperd, tegen mij zoeken te keeren. Hij heeft mij een wapen uit de hand genomen, om het tegen mij te wenden. Van zijne zijde heeft hij gewezen op het dresseeren voor het examen. Maar het dresseeren voor een examen zal men wel niet geheel kunnen doen vervallen, zoolang er examina worden afgenomen. En nu vraag ik wanneer die richting moet worden gevreesd, bestaat dan voor die vrees gelijke grond bij een examen, waarvan de uitslag niet van zoo groot gewicht kan zijn, niet van zoo beslissenden invloed op geheel het volgend leven van den jongeling, als bij het vroeger examen het geval was? Zonder eenigen twijfel zal de aanleiding tot dresseeren de valsche richting die daarvan het gevolg moet zijn, nu niet meer in die mate kunnen werken als te voren. De ondervinding heeft dit, meen ik, gestaafd.

Art. 119. Traktementen der ambtenaren en belooningen der bedienden en werklieden van de Rijksarchieven te 's Gravenhage f G,540.- Gevaar voor vernieling der archieven door brand, llestaat het voornemen de archieven te plaatsen in lokalen waar zij tegen brand beveiligd zijn?

liet lokaal, waarin het Rijksarchief tegenwoordig wordt bewaard heeft nadeelen, maar ook een groot voordeel, dat hier te lande wel mag worden gewaardeerd. Het lokaal is volkomen droog. In zoo menig ander lokaal, zonder die eigenschap, zou in den loop van jaren misschien meer zijn vernield, dan brand kan wegnemen. Die eigenschap heb ik bijzonder leeren waardeeren, toen ik verleden jaar eenige gebouwen heb laten opnemen, die geschikt schenen om tot •ewaring van het Rijksarchief te worden ingericht. Men stuitte telkens op het gebrek van vochtigheid.

Ik heb de zaak nimmer uit het oog verloren, maar ze is nog niet zoo ver gevorderd om daarvoor eene som op de begrooting te stellen Beschikken over een bestaand gebouw of stellen van een nieuw gebouw voor het archief, hangt met onderscheidene belangen samen.

Tiiorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1851—1852. 8

Sluiten