Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebouwen gelijk andere huizen, die verhuurd worden aan den meestbiedende? Komt het van de zijde der Staten van de provinciën te pas, te zeggen: dat huis is wel bestemd tot woning voor den commissaris des Konings, maar wij kunnen het misschien aan een ander voor ƒ1100 verhuren, en daarom wenschen wij, dat gij ook f 1100 zult betalen. Dit gaat, mijns inziens, niet aan. Dat gebouw is bestemd tot woning voor den commissaris des Konings: het heeft in zooverre eene publieke bestemming gekregen, en moet niet op gelijke lijn worden geplaatst met gebouwen, met akkers, die een particulier verhuurt tegen de hoogst mogelijke huur of pacht. Wanneer men zich daarin begeeft, er zou geen einde zijn, men zou telken jare met nieuwe eischen te strijden hebben. Men moet blijven bij een vast en billijk cijfer. Zoodanige procedure van loven en dingen ten aanzien van het gebouw, dat inderdaad eene bepaalde bestemming heeft, telken jare te vernieuwen, is niet overeenkomstig met de waardigheid van de provinciale Staten, niet overeenkomstig de bestemming van het gebouw, niet overeenkomstig met de taak van het Gouvernement.

In de derde plaats ontleent de geachte spreker een bezwaar uit hetgeen in Friesland met betrekking tot de behoefte der provinciale griffie is voorgevallen. Er is, zeide hij, verleden jaar tekort gekomen, en dat tekort is gedekt uit den post van onvoorziene uitgaven. Dit is zoo, Mijne Heeren, maar heeft de geachte spreker zich de geschiedenis der zaak wel juist herinnerd?' Toen de kosten voor de provinciale griffiën verleden jaar voor het eerst op de begrooting waren gebracht, had ik, zooveel mogelijk, nagegaan hoeveel elke provincie voor hare provinciale griffie noodig had, maar tevens de provinciën met elkander vergeleken. Men is in iedere provincie genegen, de behoeften die gedekt worden ten koste van de schatkist, hoog te stellen. Het Gouvernement moet daarover kritiek uitoefenen. Wanneer men toegaf aan al wat van die zijde als noodzakelijke behoefte wordt gevorderd, dan zou men zeer dikwijls toegeven aan hetgeen een gevolg is enkel van gewoonte. Men was aan die uitgaven sedert jaren gewend; nooit waren die griffiekosten naar één maatstaf nauwkeurig nagegaan. Nu dit geschiedde, bleek het, dat men hier en daar die kosten te hoog had opgevoerd. Zoo is ook in Friesland eene vermindering geboden. Friesland is gebracht op denzelfden voet als de provinciën, waarmede het kan geacht worden gelijk te staan. Maar nadat de begrooting dier kosten was opgemaakt, kwam ter kennisse van het Gouvernement, dat één oi meer personen bij de griffie werkzaam waren, uitsluitend in het belang van de maatregelen tegen de longziekte. Te voren had men de meerdere kosten, hierdoor veroorzaakt, kunnen vinden uit de kosten van de provinciale huishoudelijke begrooting. Dit kon niet meer. Nu meende men die kosten te zullen kunnen goedmaken uit den globalen post voor de provinciale griffie, hij de begrooting van 1851 toegestaan, maar men kon het cijfer daaruit niet vinden. Toen thorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1851—1852. 10

Sluiten