Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt: van do maat, heneden welke bepaalde vischsoorten niet mogen worden toegeëigend. Dus niet ten aanzien van iedere bijzondere soort van visch zullen dergelijke bepalingen worden gevorderd, maar slechts ten aanzien van die vischsoorten, waarbij de Provinciale Staten zooge verordening noodig keuren. Ik moet hier bijvoegen, dat de netten zeer zullen kunnen verschillen. De mazen van de netten zullen met dezelfde behoeven te zijn bij alle vangst. De bepaling van zekere wijdte der mazen kan goed zijn voor sommige visch, maar die netten zouden ook kunnen dienen om andere visch kleiner te vangen dan behoort. Het is om dit te keer te gaan, dat de bepaling strekt. Zij schijnt dus in het belang van het behoud van de visch noodzakelijk omdat het doel niet wordt bereikt alleen door het bepalen van de wijdte der mazen.

"et amendement van den heer v. Dam v. Isselt wordt met 32 te-en 18 stemmen aangenomen.

Art. 10. De wijze van uitoefening der zalmvisserij wordt eveneens door de Provinciale Staten bij een afzonderlijk reglement geregeld

De heer Engelen wenschte regeling hij reglement van algemeen bestuur of b« de wet. Is er een algemeen verbod tot het gebruiken van keernetten? Waarom wordt dit dan niet nageleefd?

Ik meen de rede van den vorigen spreker te mogen bejegenen met de vraag, of hij het besluit van 27 Juli 1835 heeft ingezien dat volgens hem, zoo heilzame, zoo belangrijke bepalingen bevat. Ik zal aan de Vergadering niet te veel tijd rooven wanneer ik het besluit voorlees. Het luidt: „Hebben goedgevonden en verstaan, op de straffe bepaald bij het 1ste artikel der wet van den 6den Maart 1818 (Staatsblad no. 12), te verbieden het gebruik van alle keernetten, daaronder begrepen de vischnetten, niet tot dadelijk visschen, overeenkomsti" den aard der soort van visscherij, maar tot keering van visch wordende aangewend; mitsgaders alle andere hoegenaamde werktuigen geschikt om op rivieren of in gemeenschappelijke wateringen, beken' tochten of slooten den doortocht van visch te beletten." Zietdaar het besluit. Die voorlezing strekke tot antwoord op een gedeelte althans van de rede van den laatsten spreker en tot volkomen antwoord aan den geachten spreker uit Gelderland. Dit besluit was een algemeene maatregel van inwendig bestuur, zoodat men daarbij de straffen bepaald bij de wet van 1818, te recht heeft ingeroepen. Het is mij onbekend, dat de rechterlijke macht uitvoering heeft geweigerd aan dit besluit, en tot dusverre begrijp ik ook niet op welken grond die weigering zou kunnen berusten. Ik zou dien grond aangewezen moeten zien om te kunnen oordeelen. Er is dus een algemeen verbod, om keernetten te gebruiken, en daarmede is aan hetgeen de eerste geachte spreker verlangt, voldaan.

Sluiten