Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is gewaagd van de schriftelijke toestemming. Wanneer het woord toestemming zoo wordt begrepen als door sommigen, in den zin van toestemming m het algemeen, dus ook mondelinge, ik geloof dat het toezicht dan uitstekend omslachtig zal worden. Er zal toch procesverbaal moeten worden opgemaakt tegen hen, die, zonder toestemming e unnen vertoonen, op eens anders grond eieren rapende, worden gevonden. De verklaring, dat men eene mondelinge toestemming heeft zal met voldoende zijn. De opziener zal niet mogen gelooven. Hij zal' dus proces-verbaal opmaken, en van de toestemming zal later dus toch in den regel schriftelijk, moeten blijken.

Het amendement van den heer Meeussen wordt met 25 tegen 15, dat van den heer Taets v. Amerongen met 41 tegen 1(1 en dat van den heer fiodefroi met 20 tegen 25 stemmen vei worpen.

«p i nt 2\ ?6eft ',et artlkel de" jagor (le bevoegdheid om eens anders grond te betreden ter vervolging van zijne jacht?

Het komt mij voor, dat zoodanige bevoegdheid, als de geachte spreker op het oog schijnt te hebben, bij de wet niet kan worden gegeven, komt de jager voor het land van een ander, dat hij gaarne zou betreden om zijne jacht te vervolgen, maar vindt hij daar den eigenaar, die hem verbiedt er over te gaan, dan zal hij dit niet kunnen doen De wetgever mag den eigenaar niet bevelen, dat hij den jager het gaan over zijn grond vrijlate, als ware deze publiek ambtenaar in pu blieken dienst, in het publiek belang handelende. In het artikel staat: „Houders van acten, gronden moetende overgaan waarop zij niet bevoegd zijn te jagen, zijn verplicht hun hond of hunne honden vast te houden." De jager derhalve voor gronden komende waarop hij niet bevoegd is te jagen, en die moetende overgaan om het wild te vervolgen, is verplicht zijn hond of zijne honden vast

nL 7 l t' V nU de elgCnaar van den Sr°nd het overgaan niet toelaten, is de eigenaar daar om het te beletten, of is de grond

afgesloten, zoodat de jager, om den grond te betreden, zou moeten

breken of ove, springen en dus onder het bereik van de bepalingen

der strafwet zou vallen, dan kan die jager den grond niet betreden.

Art. 2(i. Verbod om door keernetten of andere daarmede gelijkstaande mid-

de. V1*'h de" Joo,'todlt te beletten, hieronder begrepen het gebruik van vschne ten tot keering van viscl, Zijn hieronder de netten, bij o aalkorven gebruikt, i.egrepen? J

Ik meen dat die visscherij, welke de geachte spreker gaarne wensehte .lK te hebben, onder de heerschappij van het artikel, zooals liet nu is gesteld, niet zal behoeven te vervallen. Voor die meening pleit

Sluiten