Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

premiën voor industrie kunnen worden gelijkgesteld. Ik zou hem echter niet durven toegeven, dat het Gouvernement verplicht is, premiën toe te kennen; vooral niet, dat hier hetzelfde geval zou zijn, als wanneer de Regeering eene tolheffing octrooieert. Zoo dit laatste opging, dan zou men tot het besluit kunnen komen, dat de Regeering, ^als zij octrooi tot eene tolheffing verleent, ook zorgen moest, dat'de weg behoorlijk bewandeld en bereden worde, opdat de heffing niet voor niets worde gegund. Maar zonder die verplichting aan te nemen, zal het Gouvernement te recht tusschen beide komen in het belang'van de wildbaan, wanneer blijkt, dat door hen, die er belang bij hebben, door de particulieren, niet genoegzaam wordt gezorgd voor het vernietigen van hetgeen schadelijk is voor de wildbaan en den landbouw. Ik heb het oordeel gevraagd van deskundigen. Ik heb geen deskundige ontmoet, die van gevoelen was, dat de premiën kunnen worden gemist. Maar ook dit is op mij niet van beslissenden invloed geweest , wetende hoeveel vermogen eene oude instelling, een oud vooroordeel heeft. Ik heb mij de lijsten laten voorleggen van het schadelijk gedierte, waarvoor premiën zijn uitbetaald en de inzage van die lijsten heeft mij ten laatste een bevestigend antwoord op de eerste vraag doen geven. Het geachte lid der Commissie heeft van Drente gewaagd en_ °enige cijfers genoemd. Ik zal de algemeene cijfers van het jaar 1850 opgeven. In dat jaar zijn premiën gegeven voor het vernietigen van tusschen de 2300 en 2400 vossen, 1100 è 1200 gieren, 3100 o200 valken, 4 a 5000 wezels, 12 a 13000 bunsings en 51 arenden. Ik moet erkennen, Mijne Heeren, die lijst, die opsomming heeft mij getroffen. Dat zulk een heirleger van schadelijk gedierte vernield is, inag j geloof ik, wel als eene groote winst worden beschouwd. En nu moet ik twijfelen of, zonder de premiën, ook onder de heerschappij van deze jachtwet, in dit opzicht behoorlijk zal kunnen worden gezorgd. Het geachte lid der Commissie heeft met een enkel woord van een ander middel gewaagd: het Gouvernement late vernielen. Het Gouvernement heeft zonder eenigen twijfel de macht, vooral na het artikel dat gisteren is aangenomen. Maar zou het doelmatig zijn, het gebruik maken van die macht in de plaats te stellen van de premiën? Mij dunkt neen. Vooreerst, het zou ongetwijfeld oneindig meer kosten. In de tweede plaats: men stelt nu als het ware allen, die met het geweer, de val ol klem gaarne een geldelijk voordeel behalen, in dienst van het Gouvernement; men roept allen die belang hebben bij de jacht op, om tot de vernieling van het schadelijk gedierte, hand en hulp te verleenen. Het is dus het eenvoudigste middel, zoo lang het noodig is, dat tegen het gedierte van Regeeringswege worde gewaakt, en dat het noodig is, schijnt mij uit deze cijfers te blijken. Het antwoord op mijne eerste vraag is dus, ja.

2°. Zou het beter zijn dit artikel hier weg te laten, en wat hier geregeld is, te regelen bij een algemeenen maatregel van inwendig

Sluiten