Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekerheid voor ziek kan houden, maar dat schadelijk zou kunnen wezen voor ander vee. Ook in dit geval zal, volgens het vorige Friesche reglement, niet meer dan 3/4 vergoed worden; maar nu zal de geheele waarde worden vergoed. Behalve dat komt het aan op de experts, van wier oordeel zal afhangen, volgens het Friesche reglement, hoeveel vergoed zal moeten worden. Er zal dus licht kunnen gebeuren wat in de memorie van toelichting gezegd wordt. De kosten zullen verhoogd worden, wanneer er veel verdacht vee te vergoeden zal zijn. Maar het tegendeel zal ook kunnen plaats hebben, wanneer de experts hunne taxatie matigen of meest ziek vee onteigend zal worden, en in zoover is de uitdrukking in de memorie van toelichting te kort, daar zij niet al de gevallen omvat. De gevallen, over een geheel jaar genomen, zullen loopen ten deele over ziek vee, ten deele over verdacht vee. Het zal er nu slechts op aankomen of er meer verdacht vee zal onteigend worden. In dit geval zullen de kosten hooger loopen dan zij tot dusver behoefden te loopen.

Tweede Kamer. *12 Maart. Bij de beraadslaging over art. 1 van liet ontwerp van wet tot helling eener belasting op de renten, niet bestaande in onroerend goed, noch aangelegd tot «enigen tak van nijverheid. Het ontwerp bepaalde in art. 1: „Er wordt, te beginnen met bet jaar 18.r>3, jaarlijks eene belasting., enz. geheven. De heer Dullert wilde lezen: „Er wordt, te beginnen met het tijdstip te bepalen bij de wet waarbij andere belastingen worden afgeschaft, jaarlijks enz.", terwijl de beer v. Znvlen v. Nijevelt de af te schallen belastingen met name wilde noemen.

Twee woorden slechts met betrekking tot de meer dan gewone, tot de zeer hartelijke belangstelling, door mij, toen ik de eer had lid dezer Kamer te zijn, ten aanzien van de taak der verbetering van ons belastingstelsel steeds gevoed en geopenbaard.

Bij eene Vergadering als deze tot eene zoo grootc verbetering, als ik in het beginsel van dit voorstel zie, te komen, daartoe wordt wellicht, ik begrijp het, een grootere druk van omstandigheden vereischt, dan wij nu ondervinden. Ik verblijd mij, dat wij te eenen male vrij zijn; ik hoop, dat de omstandigheden dien druk niet zullen aanbrengen, waarvan het gevolg zou kunnen wezen, dat men gedwongen gaf, hetgeen men uit overtuiging niet verkoos. Maar ik moet evenwel, terugkomende op hetgeen ik, lid dezer Kamer zijnde, heb verlangd, dit zeggen, dat de groote verbetering van ons belastingstelsel mij schijnt af te hangen van de aanneming van dit beginsel. Ik treed niet in de overvloedig wederlegde bedenkingen, die ik heb gehoord, bijv. dat men hier eene bijzondere klasse uitsluitend zou belasten; dat men, belasting op het inkomen der renten willende, in de daad eene algemeene inkomstenbelasting zou moeten invoeren. Ik geloof, dit is de weg om niets te erlangen. Eene algemeene inkomstenbelasting tiiorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1851—1852. 21

Sluiten