Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

hetzelfde kan ook het gevolg zijn der ontbinding. Dat scherpe onderscheid derhalve, dat de geachte spreker heeft gesteld tusschen het geval van ontbinding en dat van de gewone, grondwettige vernieuwing van de helft der leden, is mij niet zeer duidelijk. Het is aan het Gouvernement voorgekomen dat er één regel behoort te wezen voor alle gevallen in den gewonen loop van zaken. En dan scheen het onmogelijk, als regel te stellen dat, ook wanneer om de twee jaren de helft van de Kamer volgens de Grondwet wordt vernieuwd, de voorstellen des Koningst. door de volgende Vergadering zullen worden geërfd in dcnzelfden staat, waarin zij gelaten zijn door de vorige Kamer. Dit is ook dan niet aannemelijk wanneer men niet vasthoudt aan hetgeen in de eerste plaats en bovenal moet worden vastgehouden, het begrip namelijk van sluiting, waarmede een eind aan de Vergadering gemaakt wordt, hetzij de volgende Vergadering uit hetzelfde personeel, hetzij die uit een ander personeel besta, dan de vorige Vergadering.

Repliek van de lieeren Groen v. Prinsterer en v. Goltstein.

Hoe zeer ik autoriteiten eerbiedig, in de discussie zie ik ze ongaarne gemengd; het liefst ga ik de autoriteit van den schrijver der Aanteekening op de Grondwet voorbij.

Ik moet den stand van discussie tusschen den geachten spreker uit Utrecht en mij terugbrengen tot het terrein, waarop zij in den beginne stond. Hij had gezegd, art. 106 van de Grondwet bedoelt enkel de Kamer in het algemeen, niet bepaald de Vergadering van dit of dat jaar. Aan het voorschrift van art. 106 zal dus voldaan zijn, zoo slechts het voorstel van de Kroon behandeld is in de sectiën, onverschillig wanneer, in welke vergadering, onverschillig of dat onderzoek een^ twee, tien, twaalf jaren te voren hebbe plaats gehad. Ik antwoordde: zoo dit juist is, dan zal aan de reden van het voorschrift niet zijn voldaan. De reden is, verrassing, overijling te voorkomen; te voorkomen dat niet zoogenaamde décrets (Vvrgence worden genomen. Dat onderzoek, wanneer het in eene vorige vergadering is gepleegd, in eene volgende over te slaan, zou het voorschrift zijn doel doen missen. Het zou dan ook onverschillig zijn, al ware het onderzoek in eene ontbondene Kamer gepleegd. Daarop zegt de geachte spreker, ik onderscheide de gewone gevallen, waarin de Kamer voort blijft bestaan, en het geval van ontbinding, waarin de Kamer wordt vernietigd. Maar de Kamer wordt door ontbinding niet vernietigd; de Kamer namelijk in dien zin waarin de geachte spreker dat woord in art. 106 opgevat wil zien. Wat gebeurt er bij ontbinding? Alleen dit, dat nik plaatsen van de kamer bij besluit van den Koning worden verklaard te zijn opengevallen, gelijk do Grondwet om de twee jaren de helft van de

Sluiten