Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar mijne meening, niet licht zal voorkomen. Ik voor mij kan niet denken, dat de Kamer, ook wanneer zij verlegen ware werk te vinden, juist zoodanige ontwerpen aan de orde zou stellen, als afkomstig zijn van Ministers, die wellicht binnen korten tijd door andere personen zullen worden vervangen. Maar mocht ik mij bedriegen, mocht de Kamer goedvinden dergelijke ontwerpen te behandelen, dan zullen de Ministers moeten zien, dan zullen zij, tegenwoordig bij de discussiën, die over het aan de orde stellen zouden kunnen plaats hebben, met betrekking tot elk dier ontwerpen hun gevoelen zeggen.

8 Juli. Hij de beraadslaging over het wetsontwerp tot herstel van het muntwezen in Nederlandsch Indië. De lieer Groen van Prinsterer opperde het vermoeden, dat de Minister van Financiën niet met het ontwerp instemde. Was het dan de Regeering die in de Staten-fteneraal een ontwerp verdedigen moest, of een Minister? In naam der Regeering trad, zei hij, nu inderdaad een individu-Minister op en de Kamer kwam in overleg enkel rnet een Minister in stede van met de Regeering.

Ik zal niet spreken van den recepis, noch van 90 of van 100 procent. Maar ik hoorde in de parlementaire discussie een element mengen, dat mij nieuw en vreemd voorkwam. Ik heb onderscheid hooren maken tusschen voorstellen van wet, die de uitdrukking zijn van de eenparige meerling van al de Ministers, en zoodanige voorstellen van wet, die de meening van sommige, van de meerderheid der Ministers uitdrukken. Ik meen dat het de plicht is van den Minister, zich tegen het maken van dergelijk onderscheid te verzetten, zoolang daarvoor hier niet een bepaalde grond aanwezig is. Op eene interpellatie heeft de Minister van Koloniën gezegd: „wanneer de meerderheid van het Kabinet instemt met een gedaan voorstel, dan zal dat voorstel tot de Tweede Kamer kunnen komen." Mij dunkt, de Minister van Koloniën heeft met volkomen juistheid geantwoord. Of zal men mogen verwachten, dat elk voorstel van wet, zooals het door den betrokken Minister is voorgedragen, altoos in volkomene overeenstemming met al de Ministers zij ? Ik heb de stelling van den Minister van Koloniën hooren veroordeelen, ik heb hooren zeggen: „de meerderheid van het „Kabinet! Moet de meerderheid beslissen, dan zal een voorstel tot „rechterlijke organisatie van de stem van den Minister van Oorlog of „Marine kunnen afhangen!" Mij dunkt, aan dien spreker kon tegemoet worden gevoerd hetgeen hij, niet getrouw aan zich zei ven, als vermaning tot de leden dezer Kamer heeft gezegd: daar waar men, bij de behandeling van een moeilijk onderwerp, niet uit eigen oogen kan zien, waar men zich niet als deskundige kan aanmerken, daar behoort men zich naar de meening van het Gouvernement te voegen. Datzelfde

Sluiten