Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het wetsontwerp tot „rkgeung vak den plicht der i-rovincie om de behoeftige gemeenten te liEMOliT te komen" in de eerste IvAMEH. De strekking van het wetsvoorstel vond in Jen heer De Jonge van Ellemeet een voorstander, doch, zei hij, dat alle uitgaven bij eenige wet aan de gemeente opgelegd aan de provincie konden worden opgedrongen gaf daaraan een veel * te ruimen omvang. De oorspronkelijke voordracht (zie hiervóór blz. 352) werd door hem verkozen. En waartoe diende de wet? Om aan vijf gemeenten te hulp te koinen. Ware het dan niet beter bij voorkomend geval eene speciale wet voor te dragen? Konden krachtens art. '205 der gemeentewet op de gemeentebegroting ook worden gebracht de kosten voor nieuwe werken en deze dan volgens dit ontwerp op de provincie worden overgedragen? De Minister had in de Memorie van Antwoord gezegd: „De aanles van nieuwe werken kan daaronder, zoo 't schijnt, altoos binnen de grenzen van het stelsel des artikels, dat de onmisbare vereischten voor den gemeentedienst op het oog heeft, eveneens worden gerekend." Art. 205 der gemeentewet. De 1 eer Van Foreest zag in het voorstel strijd met de grondwet. Waartoe de arme gemeenten niet liever bij andere ingedeeld? Art. der Grondwet. Ook de heer Van Roijen oordeelde het ontwerp met de Grondwet strijdig. De Grondwet kende drie huishoudens: van het Rijk, van de provincie en van de gemeente, die ieder zelfstandig en onafhankelijk van elkaar bestonden; en nu kon uien de kosten van den een niet op den ander overbrengen. Het ontwerp gaf aan het algemeen gouvernement de sleutels van de provinciale kas in handen? Art. 140 der Grondwet Art. 134 der gemeentewet.

Zoo ik mij hetgeen ik van de sprekers hoorde, wèl voor den geest breng, heb ik vooral te doen met twee klassen van redenen tegen dit ontwerp. Vooreerst, die van hen welke tegen het beginsel van liet ontwerp geen bezwaar hebben, maar die voor de toepassing beducht zijn. Ten tweede, de redenen, strekkende om te betoogen, dat het ontwerp, zooals het ligt, strijdig is met die afscheiding van machten, welke naar den wil der Grondwet, ook door den gewonen wetgever moet worden geëerbiedigd.

De twee eerste sprekers over het ontwerp behooren tot hen, die het beginsel niet afkeuren, maar meenen, dat de toepassing te ver zal kunnen gaan, en bij die sprekers heeft zich gevoegd de spreker die het laatst het woord heeft gevoerd, schoon op andere gronden dan door de eerste sprekers zijn bijgebracht.

Het ontwerp — zegt men — gaat te ver; het beginsel is goed, maar de toepassing zal falen; het ware beter geweest dat men de oorspronkelijke redactie behouden had: „kosten harer huishouding" in plaats van „uitgaven door de wet opgenoemd." Anderen, de meerderheid van de 1 weede Kamer, heeft begrepen dat huishouding een uitgestrekter zin had dan uitgaven bij de wet opgelegd. Hier zijn onderscheidene sprekers van eene omgekeerde meening: huishouding schijnt hun binnen nauwere perken besloten, dan: uitgaven opgelegd hij de wet.

De eerste spreker heeft op voorbeelden gewezen van zoodanige toepassing die de deugdelijkheid van het beginsel geheel zou doen ontaarden. Vele steden, zeide hij, vele gemeenten zijn met schulden

Sluiten