Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het 2o bedrijf zien wo hoe Ryraer het gozelschap naar de „Comcdie" zal geleiden. Lichthart en Losbol blijven mot hun vrouwen nog wat achter, omdat zij hun boekhouder Joris eerst hun gouden snuifdoozen on „horologies" willon laten beloenen om aan geld te komen. Ernst en Hendrik die uit een Engelsche loterij juist 15.000 pond gewonnon hebben, geven hem, onder voorwaarde van geheimhouding, en tegen „quitantie," een zakje met „honderd halve ryders."

Onderwijl wordt Lichthart gewaarschuwd, „dat er op hem gepast wordt," en dat hij dus de deur niet uit moet komen. Ernst heeft dat juist gehoord.

Ernst. Wel kinderen! ik ben bedroefd en ontsteld. Daar word

op u gepast.

Lichthart. Eilieve! Wat voor een praatvaar heeft u dit gemeld?

Ernst. Dat hoefje zoo bits niet te vraagen, gel verkwistende Jongen! 105Lichthart. Papa, gy hebt hier in huis zo veel praats niet bedongen.

Gy zyt maar een ootje in 'tcyfer; rook maar een pypje

en houje wat stil.

Daar is Oom Kwylbaard ook: wat of die weer hebben wil.

Zeventiende Tooneel.

Hendrik, Ernst, Lichthart, Losbol, Kwistgoed, Zoetje, Michel ').

Hendrik. Ik heb je vergeeton geluk te wengchen mot de vermeerdering

van uw jaaren.

Ik hoop dat gy voortaan niet verder achteruit zult vaaren. 110 Lichth. Nu gy ons geholpen hebt, durfc ge ons alles verwyten;

niet waar, oude Tagryn?

Gy komt maar om twist te berokkenen, naar allen schyn.

Geduurig komt gy hier om myn' ouden man zwaarmoedig

te maaken.

Wat boduid hot dat gy u telkens bemoeit met onze zaaken ?

Of hebt ge nog meer halve Ryders om snuifdoozen te

steeken in uw broek? 115 Hendrik, tegen Ernst. Men durft immers geen goed doen in de

waereld

Lichth. Ga naast Papa zitten kwylen in dien hoek.

Michel, geef ze een staartje wyn of twee, die te middag

zyn overgebleeven.

Michel. Die heb ik oetëdronken: ik zol de mannekens wel een

kommeke bry op dat tófelken geeven.

1) Michel is „een mof, Stalknecht en Huisdienaar van Lichthart."

Sluiten