Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eersten minister van Kacmir en door zijn vader met het overbrengen van belangrijke brieven naar het hof van Keizer Akbar of den grooten Mogol, te Agra, belast, waar hij tevens het bevel zou aanvaarden over eene afdeeling Radjpoet-ruiterij, die onder de hulptroepen van het keizerlijk leger dienst had te doen. Hij werd vergezeld door zijn leermeester Koelloeka, een Brahmaan van afkomst, endeels geleerde, deels krijgsman, die hem zoowel in de oorlogskunst en allo ridderlijke oefeningen als in .da aJoude heilige taal en de daarin gestelde klassieke en gewijde schriften had onderwezen. Alvorens echter den togt naar Agra voort te zetten, hadden zij een bezoek te brengen aan een kluizenaar in het gebergte, orn vervolgens naar Allahabad te vertrekken, waar Siddha s oom in naam des Keizers bevel voerde over het fort aan het vereenigingspunt van Ganges en Djoemna, en waar ook de verloofde van Siddha, de jeugdige Iravati, dochter van den Goeverneur, met verlangen naar het aangekondigd bezoek van haar toekomstigen echtgenoot uit bleef zien.

Maar, eerwaarde Koelloeka! — sprak Siddha, na een tijdlang

stilzwijgend naast zijn meester te hebben gereden, gij, die zoogoed hier den weg kent, vertelt mij dat wij nu vlak bij de kluizenarij van Gaurapada Bhikshoe moeten zijn, en ik zie toch niets wat maar op een kluis of zoo iets gelijkt. Zou do heilige man ook soms zijn verhuisd?

— Geduld maar, mijn jonge driftkop! — antwoordde de Brahmaan, — zoo aanstonds komen wij aan een wending van den berg, die ge van hier nog niet zien kunt, en als wij daar zijn, zult gij spoedig genoeg het kleine boscli in de vallei zien liggen, waar Gaurapada zijn stille woning heeft gebouwd. Maar gij mogt wel met wat meer eerbied van den Eerwaarde spreken, naar mij dunkt. Trouwens hij zal u dat zelf wel leeren als gij hem maar eerst ontmoet.

Nu, — hernam Siddha vergoelijkend, — 't was zoo kwaad niet gemeend Maar wat is dat? — riep hij eensklaps uit, met zjjne lans

naar het hooge gras aan de zijde van den bergweg wijzend, dat zich golvend scheen te bewogen, schoon geen wind het verschijnsel kon veroorzaakt hebben. En eer zijn bedaarder metgezel hem kon weerhouden was do hartstogtelijke jager met zijn paard in het gras gesprongen, en baande hij met gevelde speer zich een weg naar de plek waar hij do beweging in het gras had opgemerkt. Onmiddelijk en nog vóór Koelloeka rendo een der dienaren zijn jongen meester na, toen hij dezen plotseling weer zag stilstaan en als verwonderd om zich heen staren. Allo boweging in het gras had volkomen opgehouden, geen sprietje bewoog zich meer en geen geluid werd vernomen. Daar begon het golven opnieuw, maar veel verder af, en boven de hooge grashalmen vertoonde zich bij wijlen het bruingevlekte ligcliaam van oen grooten tijger, die met geweldige sprongen voortrendo. Nogmaals gaf Siddha zijn paard de sporen, maar 't volgend oogenblik lag hij in zijne volle

Sluiten