Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ditzelfde is liet geval met

Justus van Maurik (1846—1904),

den goedlachschen, maar in zijn hart zwaarmoedigen schrijver van talrijke bundels novellen, waarvan vooral de geschiedenissen uit het Amsterdamsche burgerleven uitmunten. Diepe zielkundige ontleding — trouwens geen eerste eisch in een novelle — zal men tevergeefs bij hem zoeken; zijn kracht bestaat meer in het aanbrengen van comische conflicten, het schilderen van comische gebeurtenissen, toestanden of gewoonten. En daarin is hjj wonderwel geslaagd. Op-en-top Amsterdammer, had lijj dien eigenaardigen zin voor het comische, aan Amsterdammers eigen; bovendien bezat hij een buitengewoon opmerkingsvermogen, en de gave van „smakelijk vertellen." Daarbij was hij uiterst goedhartig en medelijdend van aard; toch stond hjj geheel buiten de groote sociale beweging van onzen tijd, van welker mooien ethischen ondergrond hij geen flauw besef had. Daardoor bleef hij in zijn schilderingen van typen uit den Amsterdamschen kleinen burgerstand zoo zeer aan de oppervlakte; van hun uiterlijk leven was hij uitstekend op de hoogte, 't geen voor het oog waarneembaar was zag hjj snel en scherp, maar van hun zieleleven had hij weinig begrip. Hij nam de wereld zooals zij was, en vermoeide zich niet met de oplossing van de vraag, hoe ze zou kunnen of moeten zijn. Hij voelde zich met zijn deel te vreden, en meende dat iedereen dat kon en moest zijn; als de rijken maar wat weldadiger waren en de armen maar wat dankbaarder, dan was de wereld nog zoo kwaad niet. Dat is de levensbeschouwing, die uit bijna al zijn werk ons tegenklinkt, hoezeer hij vaak leed aan buien van zwaarmoedigheid, en aanvallen van moedeloosheid. Het publiek wist hiervan echter niets, en beschouwde hem als den onvermoeiden grappenmaker, die door zijn voordracht de zaal schudden deed van het lachen.

Yan zijn bundels zijn vooral bekend: Cit het Yolk, Met z n Achten, ült óén Pen en Papieren Kinderen.

Wellicht 't beste wat hij heeft geschreven is Mie de Porster

Sluiten