Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkelijkheid alleen datgene zien wil, wat niet weerzinwekkend, onwelvoeglijk of onzedelijk is.

Onder zijn talrijke navolgers, van wie de meeste ver beneden hem bleven, verdient de eerste plaats

Anton Bergman (1835—1874),

een jonggestorven Ylaamsch advocaat, die zich door zijn geestig boek: Ernest Staas, Advocaat door Tony (F.) schetsen en beelden uit zijn kinder- en jongelingsjaren en zijn advocaatschap onsterfelijk heeft gemaakt. Dit boek, dikwijls de Ylaamsche Camera Obscura genoemd, is in hooge mate aantrekkelijk door zijn vloeiende verhaaltrant, zijn geestige opmerkingen, en den frisschen humor, waarmede deze tafereelen uit den Ylaamschen middenstand worden weergegeven. Geen wonder, dat het telkens herdrukt is, en in 't Fransch en Duitsch werd vertaald.

Yan do dichters uit het tweede tijdvak der nieuwe Vlaamsche letteren is vooral bekend de Antwerpsche leeraar

Jan van Beers (1831—1888),

wiens eerste gedichten, als De zieke Jongeling over 't algemeen zeer sentimenteel zijn, maar die zich later door verzen, als het krachtige Begga, een geschiedenis uit het frissche, kleurige Vlaamsche volksleven, van een geheel andere zijde deed kennen. Langzamerhand had hij zich tot den volksdichter ontwikkeld, die als in De Bestedeling (C.), krachtig opkomt voor de misdeelden en verdrukten uit de lagere volksklasse.

Bijna al zijn verzen, ook die uit zijn eerste periode, bezitten de echt-Vlaamsclie eigenschap van buitengewone zangerigheid en zoetvloeiendheid.

Ditzelfde geldt van de gedichten der gezusters

Bosalie (1834—1875)(D.) en Yirginie(1836—heden) LoTeling(E.),

wier talrijke verzen en novellen een buitengewoon en welverdiend

Sluiten