Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En in mijn dolend huikje, dat er glijdt Langs 't kabblend zilver, zet hij zich; ik zie Hem teeder-blikkend over mij gebogen.

Hij lacht mij aan, ontplooit de wieken wijd....

Ik hoor een sluimerende melodie ,

En weet niet, wat m|j lood-zwaar viel op de oogen....

3. Dorpsdans.

De vedel zingt, waar roos en wingerd-ranken Verliefd omhelzen 't huis des akkermans, En gloeien in den avond-purperglans, — En twintig menschen rijzen bij die klanken;

Het avond-maal heeft uit: van disch en banken Verdween der jonkheid blij geschaarde krans, — De vlugge voeten reien zich ten dans,

En de arm buigt om de leesten heen, de slanken:

Daar tripplen zij en stampen naar de maat, Terwijl de kroezen op den disch rinkinken, — En naar de wangen stijgt het vroolijk bloed:

Den oude, die daar op den dorpel staat,

Ziet men de vreugd uit lachende oogen blinken, Tevreden, dat hij leeft, en leven doet.

Perk's vriend, tevens uitgever van zijn gedichten, en zijn lofredenaar, is

Willem (Johan Tlieodoor) Kloos (gel). 1859),

oprichter en thans nog redacteur van den Nieuwen Gids, schrijver van ontelbare kritieken (zie II), en een der grootste moderne dichters.

Wat schoonheid van klank en rhytme, beeldende kracht en

Sluiten