Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den Nieuwen Gids geschreven critieken. Thans worden ze met enkele vroeger verschenen stukken gezamenlijk uitgegeven in vier deelen

Nieuwere Literatuur-Geschiedenis,

waarvan de eerste deelen den 3en druk vormen van Veertien jaar literatuurgeschiedenis (1880—1893).

Inderdaad zal ieder die over het streven, willen en denken der „tachtigers" zich een oordeel wil vormen, hier tal van gegevens vinden, zoowel omtrent de nieuwe kunstopvatting als omtrent het oordeel der jongeren over de voorgaande geslachten. Zijn inleiding tot Jacques Perk's gedichten, en die van zijn Bloemlezing uit Bildcrdyk's verzen zijn trouwens niet minder leerrijk.

Uit: YEERTIEN JAAR LITERATUURGESCHIEDENIS i).

In Memoriam.

Jacques Perk. f 1 No v embor 1881.

Hoeveel oprechte achting men ook moge koesteren voor de vlijt, de gemoedelijkheid en de welwillende bedoelingen onzer nieuwere hoofddichters, toch voelt men in sommige oogenblikken van zijn leven den niet onnatuurlijken wensch in zich ontstaan, dat ook óns land eindelijk eens in het bezit eener literatuur gerake, die niet den verliefden jonkman, den teederen vader, den vromen christen alleen ter ontspanning en verpoozing dienen, maar ook de kleine cn stille gemeente stichten kan, wier zielen in dagelijksche gemeenschap plegen te verkeeren, met wat er schoonst en heerlijkst op deze wereld >s gedicht en gedacht. Het zou oneerlijk zijn, of ten minste van weinig wjjsgeerige ontwikkeling getuigen, zoo iemand den weldadigen invloed ontkennen ging, dien de hartelijke zangen van een Beets, een ton Kate, een de Genestet op velen on/er landgenootcn hebben uitgeoefend Indion men tevens slechts erkenno, dat deze juist diegenen waren, wier opvoeding of aanleg hen in den weg stond, om verder door te dringen in de diepten van het leven en de kunst, dan noodig is, om in het liefelijk gelui dor „Damiaatjes," in het zachte lamplicht van „Jong-Hollands binnenhuisje," of in do vreedzame ontvouwing der Scheppingsdagen, een weerklank, een afglans, een beeld van eigen gemoed en geest te vinden. Maar de

•1) Uitgeg. bij S. L. van Looy, Amsterdam.

Sluiten