Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk aan, en, bij kanalen en wegen, zooveel mogelijk de genieenten, door welke zij zullen loopen."' Derhalve wordt er geenszins alleen aanwijzing der gemeenten, door welke kanalen en wegen zullen loopen, maar bepaald aanwijzing van iets anders gevorderd, en de aanwijzing der gemeenten, waardoor kanalen en wegen zullen loopen, slechts zoo veel mogelijk.

De geachte spreker meent, dat niet dergelijke uitvoerige bepaling, als hier in het ontwerp is opgenomen, wordt getreden in hetgeen aan de uitvoerende macht overgelaten moet blijven; aan de uitvoerende macht, oordeelende over de bezwaren, die nu, zoodra dit ontwerp wet zal zijn geworden, nog door de belanghebbenden kunnen worden ingebracht. Welke zijn die bezwaren, van welken aard zullen zij wezen? Ik denk niet dat zij, die bezwaren zullen inbrengen, zich aan den geest en het stelsel der wet van 1851 in allen deele zullen houden, zoo min als zij, die nu reeds bezwaren hebben ingebracht, dat stelsel en dien geest altijd in het oog hadden. Maar tegen de richting van den weg in het algemeen zal geen bezwaar meer te maken vallen, en de Regeering zou in allen geval, zoo het mocht worden gemaakt, het eenvoudig kunnen afwijzen op grond dat de richting bij de wet is vastgesteld.

De bezwaren, nu nog in te brengen, zullen, in het stelsel der algemeene wet, uit het gezichtspunt van bijzonder belang, met betrekking tot de te onteigenen perceelen, worden geopperd; bezwaren van publiek belang zullen niet meer voorkomen, omdat daartoe genoegzame gelegenheid is gegeven alvorens deze wet werd ingediend.

Hieruit blijkt ook, naar ik meen, wat wij niet moeten vooruitloopen op hetgeen eerst later zal moeten worden beslist.

De geachte spreker heeft eene uitdrukking, in de Memorie van Toelichting gebezigd, aangehaald. Daar staat: ,,De richting van het werk toch, zoo als zij op de ingevolge artt. 6 en 7 der onteigeningswet ter inzage gelegde grondteekeningen en in het daarbij gevoegde plan wordt opgegeven, is slechts eene eerste aanwijzing, waarin later, zoo het noodig mocht zijn, wijzigingen kunnen worden gebracht" Eene dergelijke uitdrukking komt, meen ik, ook in de Memorie van Beantwoording voor. De geachte spreker heeft er niet aan gedacht, dat hier gesproken wordt van de richting, zoo als die op de kaart geteekend is, niet van de richting in het ontwerp van wet aangewezen. In het ontwerp van wet zijn de hoofdpunten, die, mijns inziens, onveranderd zullen blijven, opgegeven. De richting evenwel tusschen de hoofdpunten, die tusschenrichtingen, zullen, zoo dit noodig mocht zijn, menigerlei wijziging kunnen ondergaan, zonder dat deze echter eenige inbreuk op de in de wet aangewezen hoofdpunten zal maken.

In de tweede plaats is de geachte spreker op zijne vraag ten aanzien van een dubbel spoor teruggekomen. Toen de spreker voor den eersten keer het woord voerde, had ik niet verstaan dat door hem was

Sluiten