Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na deze twee algemeene opmerkingen, moet ik den geachten sprekei herinneren, dat de Staten van Gelderland volkomen op dezelfde lijn geplaatst zijn als de Staten der andere provinciën, en dat zij op dezelfde wijze zijn uitgenoodigd, hun plan van verdeeling te herzien. De anderen hebben daaraan gehoor gegeven; de Staten van meest alle pro\ ïnciën hebben een van mijnentwege ontvangen nieuw plan van verdeeling aangenomen. Maar de Staten van Gelderland hebben, volgens het bericht, schoon met eene kleine meerderheid, aan het eerste plan de voorkeur gegeven boven het tweede dat nu aan de Staten-Generaal is voorgesteld. De geachte spreker vraagt: is de tegenwoordige verdeeling beter dan de eerst voorgedragene? In mijn stelsel, zonder eenigen twijfel. Want de tweede verdeeling nadert zeer aanmerkelijk tot zoodanig stelsel, hetgeen het gevaar van eene louter plaatselijke \eitegenwoordiging uitsluit, hetgeen daarenboven verhindert, dat, wanneer het getal kiezers te klein is — en men zal toch in gewone omstandigheden niet op eene vlijtige opkomst der kiezers mogen rekenen de keuze veelal het werk wordt van zeer weinigen. Die gevaren worden gekeerd door het tweede voorstel, dat nu in de wet is.

Ik behoef slechts te wijzen op eenige cijfers. De geachte spreker vergelijkt — en dit is ook het meest duidelijke, het meest sprekende punt van vergelijking — Gelderland en Overijsel. Gelderland telde, volgens hpt eerste plan, 24 distrikten. Van die 24 distrikten koos één enkel 4, 12 kozen 3, en 11, dus nagenoeg de helft, kozen ieder niet meer dan 2 leden.

Vergelijk hiermede Overijsel. Twaalf distrikten: van die 12 distrikten is er één, dat 6 leden kiest; 2 kiezen 5; 5 kiezen 4; 3 kiezen 3, en slechts één district, in eene bijzondere geographische gesteldheid geplaatst, kiest 2 leden. Derhalve is er een zeer aanmerkelijk verschil vergeleken met het systeem, dat het Gouvernement wenscht omhelsd te zien — tusschen het plan van Overijsel en dat der Geldersche Staten.

De geachte spreker komt ten laatste op dezelfde voorbeelden, die ook aangevoerd zijn door den geachten spreker uit Zaandam. Zevenaar, zegt de geachte spieker, heeft vijf leden, Nijmegen en Wychen hebben te zamen 8. Zoo mag, mijns inziens, niet gerekend worden. Er schiet altijd iets over; zoo juist kan geen distrikt worden afgepast; men kan niet zeggen: zoo één distrikt van eene bevolking en zooveel zielen, zooveel leden afvaardigt, dan moeten twee distrikten juist het dubbel kiezen. Mijne Heeren, dat gaat niet, dewijl men zoo willekeurig de bevolking of de gemeenten niet in gelijke cijfers kan splitsen.

De redenaar — en mij dunkt dat die grond zijn beweren volkomen wederlegt — kan niet tegenspreken, dat het kiesdistrikt Zevenaar de grootste bevolking heeft, dus ook een lid meer moest afvaardigen, zot er nog een lid te kiezen overig bleef. Is er een distrikt dat 5 leden moest kiezen, dan voorzeker Zevenaar, dat het meest van alle bevolkt is.

Sluiten