Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering. Is dat advies verschillende van hetgeen de Minister tot dusverre den Koning heeft aangeraden, de Minister zal zijne bedenkingen daartegen inbrengen; en nu spreekt het van zelf, dat de Koning, na de zaak te hebben overwogen, zich zal scharen aan de zijde van den verantwoordelijken Minister, zoolang de Koning dien Minister zal behouden. Die zaak is, dunkt mij, boven moeilijkheid verheven. Mocht het advies van den Raad strekken 0111 den Koning te overtuigen van de dwaling van Zijnen Minister, welnu, het zou heilzaam zijn. Het zou den Koning in de gelegenheid stellen om, bij overtuiging van de dwaling Zijns Ministers, eene andere keuze te doen.

Wijzen, zoo vroeg de heer Met man, de woorden, door den minister zooeven gesproken, op nog langer uitstel bij het voorstellen der wettelijke organisatie? De Raad van State overladen met werkzaamheden?

De geachte spreker wenscht, dat hetgeen als verdediging van het uitstel tot dusverre kan worden bijgebracht, niet strekke om verder uit te stellen. Ik meen niet, Mijnheer de Voorzitter, een enkel woord te hebben gesproken, dat die opvatting zou kunnen rechtvaardigen. Ik heb integendeel gezegd, dat hetgeen in 1849 en 1850 wellicht als grond om uit te stellen had kunnen worden bijgebracht, niet kon strekken tot verder uitstel.

De geachte spreker heeft zijn gevoelen ontwikkeld (hetgeen ik niet wel schijn te hebben begrepen) ten aanzien van de wijze van werken van den Raad van State. Maar de geachte spreker zegt: „uit den aard der zaak moet de Raad van State ongelukkig werken, en de reden daarvan is, vooreerst, dat de Raad van State werkt onder eene verouderde instructie, en ten tweede, dat de Raad van State met werkzaamheden overladen is." De geachte spreker vergeve het mij, maar ik kan noch de eene noch de andere reden beamen. Die instructie schaadt ook de werkzaamheden van den Raad van State juist niet. De geachte spreker gelieve die instructie in te zien. Het is eene zeer algemeene instructie, die den Raad van State in het uitwerken en geven zijner adviezen hoegenaamd niet bindt. De tweede reden is, dat de Raad van State zou overladen zijn met werkzaamheden. Maar, Mijne Heeren, de Raad van State zal bij de nieuwe organisatie nog met meer werkzaamheden overladen worden, zoodat, indien de Vertegenwoordiging thans wel eens moet wachten op den Raad van State, aan wiens overwegingen de wetsontwerpen toch steeds vooraf moeten worden onderworpen, zij in het vervolg, nadat de organisatie zal zijn tot stand gekomen, nog langer zal moeten wachten. Het is toch niet te vergen dat, wanneer er binnen zoo korten tijd, als nu hier te lande is gebeurd, zoo veel moet georganiseerd worden, de Raad van State, verplicht om te gelijker tijd zijne adviezen over tien, twintig zaken uit

Sluiten