Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hetgeen dat woord in de gevolgen voor de regeering of voor de wetgeving — wij regeeren ook door wetten — zou moeten zijn, dan geloof ik, dat hij zich van dat woord heeft te onthouden of het tot de gelegenheid, waarbij het die werking zal kunnen hebben, te verschuiven.

De geachte spreker is geeindigd met de opsomming van drie punten. Drie geliefkoosde stellingen, die hij bijzonder aan de aandacht deiVergadering, misschien bijzonder aan de aandacht van den Minister zou willen aanbevelen.

Te allen tijde, dit is het eerste punt, zijn Fransche beginselen voor Nederland gevaarlijker geweest dan Fransche wapenen. Wat zullen wij in deze Vergadering met eene dergelijke algemeene stelling doen? Fransche beginselen; wij hebben van de Franschen zeer veel geleerd voor wetgeving en regeering. Zullen wij dit alles verlaten? Zullen wij trachten dit alles buiten onze grenzen te brengen en houden? Neen, Mijne Heeren, hetgeen in Frankrijk is gebeurd, het voorbeeld, door Frankrijk gegeven, is ook voor ons heilzaam geweest. Ik spreek niet van elke gebeurtenis, van elke omwenteling aldaar, maar ik zeg dat de Franschen in 1789 het sein hebben gegeven van eene zoodanige staatsen maatschappelijke verandering, als zich over Europa heeft verspreid en alom eene min of meer weldadige werking heeft achtergelaten. Dit mogen wij niet vergeten en, zoo wij ons voor iets te wachten hebben dan is dit het misbruik, soms daarvan in Frankrijk gemaakt, maar hetgeen niet mag beletten, dat het goede gebruik aan onze zijde blijve.

In de tweede plaats zeide de geachte spreker, dat wij door eigen schuld niet moeten worden geassimileerd aan een vorm, dien wij afkeuren. Tot dusverre zijn wij nog niet op den weg van zoodanige assimilatie; maar wanneer de geachte spreker hier zoo sterk afkeurt, dan kan ik dit niet altoos in harmonie vinden met zijne eigene gezegden of beginselen. Wanneer wij zien hetgeen tegenwoordig gebeurt, daar waar men den weg van constitutioneele ontwikkeling verlaat, waarop wij gelukkig nog zijn en waarop wij, vertrouw ik, zullen volharden; wanneer men luistert naar hetgeen in die Staten en bij die Regeeringen gezegd wordt, wat is dan de voorname behoefte der tegenwoordige maatschappij? Het is dat de revolutiegeest worde onderdrukt. Maar het zijn de weldaden van hetgeen door den geachten spreker, van hetgeen thans ook in het buitenland revolutiegeest wordt genoemd, die ons, geloof ik op de baan van constitutioneele ontwikkeling moeten leiden.

In de derde plaats heeft de geachte spreker zich eene bijzondere wending veroorloofd met hetgeen ik meen gisteren te hebben opgemerkt, dat namelijk dergelijke discussiën, als waartoe hij zoo gaarne aanleiding geeft in deze Vergadering, het meest zekere middel zijn, om de vertegenwoordiging in discrediet te brengen. De geachte spreker beeft dat zóó gewend, alsof ik daarmede had bedoeld, in discrediet bij

Sluiten