Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geachte spreker beweert, dat hetgeen hij, in den ruimsten zin van het woord, onder Binnenlandsch Bestuur wil hebben verstaan, die geheele kring waarover de zorg van mijn Departement zich uitstrekt, kostbaarder wordt, ik neem dat niet aan als een verwijt, tenzij de geachte spreker er bijvoege, dat de meerdere uitgaaf niet goed wordt besteed. Indien de geachte spreker dit wil aantoonen, en mij daarvan overtuigt, dan zal ik erkennen, dat te kostbaar bestuurd wordt. Tot zoolang zal ik mij met het antwoord mogen vergenoegen, dat, bij de tegenwoordig van jaar tot jaar klimmende behoefte van de maatschappij, een bestuur, als dat van Binnenlandsche Zaken, in geen beschaafden Staat kans heeft minder kostbaar te worden.

De geachte spreker gaat over tot de pensioenen. Pensioenen worden gegeven aan aftredende ambtenaren, die 6f voor den dienst niet meer noodig zijn ten gevolge eener andere organisatie, óf door meer bruikbare worden vervangen, en in zooverre zal er wel een geldelijk verlies voor de schatkist ontstaan, maar de dienst winnen.

De wegen. De geachte spreker ondersteunt alleen den aanleg van zulke wegen die alle deelen van het Land verbinden en voeren naar het buitenland. Mag van Staatswege, van wege de provincie, niets gedaan worden, dan voor wegen, die alle deelen des Rijks of der provincie onderling verbinden, het bestuur zal dan minder kostbaar worden, maar de geachte spreker zal ook onder dat bestuur niet de welvaart zich zien verheffen, waartoe inzonderheid de uitbreiding van wegen het middel is. Ik wensch niet, dat de geachte spreker zich beroepe op vroegere tijden; die tijden mogen wij niet als voorbeeld noemen. Men heeft toen veel te weinig gedaan; men doet nog te weinig; zoo de middelen het toelieten, zou men veel meer moeten doen.

De spreker wenscht ook met betrekking tot twee ontworpen wegen eene bijzondere voordracht. Mijne Heeren, wanneer het aankomt op werken van grooten omvang, dan zullen die bij een bijzonder voorstel aan deze Vergadering worden onderworpen, maar ik heb daartoe geene genoegzame reden gezien voor die twee wegen, welke voortzetting of ontwikkeling zijn van richtingen die bestaan.

De geachte spreker uit Zeeland heeft gevraagd, wat door de Ministeriën van Oorlog en Binnenlandsche Zaken zou worden gedaan ten aanzien van een verzoekschrift, dat aan deze Kamer is aangeboden en aan ons verzonden. Dat verzoekschrift wordt in overweging genomen en van den uitslag der overweging tusschen beide Departementen zal verslag worden gedaan. Ik denk niet, dat de aanbeveling van de Kamer den zin heeft, dat de Vergadering ontevreden zou zijn, zoo het Gouvernement op goede gronden moch t meenen in die vraag om schadeloosstelling niet te kunnen treden. Ik zeg niet, dat zoodanige beslissing genomen is; ik zeg ook niet, dat zij genomen zal worden. De zaak is aanhangig.

Sluiten