Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160 bijzondere scholen gesticht, waarvan ongeveer een derde van de eerste klasse. Hij zegt: „dat is nadeelig. ' Ik acht het voordeelig met betrekking tot de aanstaande wet; hoe meer bijzondere scholen er nu nog, alvorens zij komt, worden opgericht, des te beter zullen wij den toestand kunnen overzien en waardeeren, die door de nieuwe wet moet worden bestuurd. In het tegenovergestelde geval, zoo bijzondere scholen bij grooten getale eerst wierden opgericht na invoering der nieuwe wet, dan zou het kunnen wezen, dat zij, in dien nieuwen toestand, niet behoorlijk werkte; maar nu, nu de vrijheid om bijzondere scholen op te richten wordt bevorderd van wege het Gouvernement, nu zal waarschijnlijk, bij invoering der wet, een toestand bestaan, die voor eene groote feitelijke verandering vooreerst minder vatbaar is. In stedo dus te betreuren, verblijd ik mij over de oprichting van bijzondere scholen, daar ik geloof dat dit verschijnsel voor de werking en zelfs voor de vervaardiging der nieuwe wet heilzaam is.

De geachte spreker heeft verder gezegd, en ik vraag dat het bewezen worde: het stelsel van de wet van 180G wordt geschonden.

Ik neem dit volstrekt niet aan. Ik geloof ook, dat men zoo iets niet moet zeggen zonder tevens het bewijs daarvan te leveren. Ik neem niet aan dat de wet van 1806 geschonden is. Ik ben daarvoor verantwoordelijk, en wil gaarne tot verantwoording worden geroepen. Wil de geachte spreker dit, ik zal hem te woord staan wanneer hij niet enkel zegt, de wet wordt geschonden, maar wanneer hij te gelijk de bewijzen aanvoert.

Die spreker houdt voor juist hetgeen door sommige gemeentebesturen en schoolopzieners, naar mijne wijze van zien, uit een bekrompen inzicht, wordt volgehouden, dat men namelijk, bij het beoordeelen of er eene bijzondere school zal worden opgericht, moet vragen of er behoefte zij.

In de wijze van zien van den spreker moet eene bijzondere school zijn eene exceptie, eene zeldzame exceptie. Ook in dit opzicht moet ik van den spreker in gevoelen verschillen. Eene bijzondere school, goed ingericht, is, mijns inziens, eene ondersteuning van het pubiek onderwijs. Er kunnen verkeerde scholen zijn, maar ik hoop dat het nadeel der verkeerde scholen, die bij eene volkomene vrijheid kunnen ontstaan, op de algemeene werking van een welingericht nationaal onderwijs zal afstuiten. Men moet de bijzondere scholen niet betreuren, maar die integendeel beschouwen als eene bijdrage van particulieren aan de gemeene zaak, waarvoor anders het Bestuur moet zorgen. Een land waar enkel bijzondere scholen zijn, zou zich zeer wel kunnen bevinden. Het onderwijzen is geene taak van regeering. De Regeering moet alleen voor een publiek onderwijs zorgen omdat de bijzondere personen gemeenlijk te kort schieten.

Ik ben dus niet van de meening van den geachten spreker, dat eene

Sluiten