Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan stukken dier traditie, die van den een op den ander overging zonder behoorlijk onderzoek.

De geachte spreker heeft een woord van mij anders opgevat, dan het door mij was gezegd. Ik heb gezegd: in den zin van den geachten spreker, zou de bijzondere school in liet algemeen eene exceptioneele school moeten zijn. De geachte spreker hervat: volgens de wet van 1806 is de bijzondere school eene exceptioneele school. Zoo de geachte spreker de gedachte, de onderstelling van den wetgever van 1800 bedoelt, dan geef ik dat volkomen toe. In 1806 toch heeft men niet gedacht, dat bijzondere ondernemingen eene groote plaats in het algemeen onderwijs zouden kunnen innemen. In 1806 heeft men gedacht dat het onderwijs moest komen van de publieke autoriteit. Maar zoo dit de onderstelling is geweest van den wetgever, het is niet het stelsel van de wet. Dit sluit gelukkig de bijzondere pogingen niet uit. Het stelsel van de wet wordt dus niet geschonden, wanneer eene Regeering \an de vrijheid, welke de wet zelve laat, een grooter gebruik tracht te doen maken, dan in vroegere jaren geschiedde.

Art. 5. Bestuur der provinciën. Aandrang van de heeren Mackay, Gevers v. Endegeest en Gevers Deynoot, tot verbetering van de bezoldigingen van het personeel der provinciale griffiën.

Ik duif niet beloven, dat aan het verzoek van den geachten spreker in een volgend jaar zal worden voldaan. Hij gelieve den toestand, waarin de Regeering zich bevindt en waarin hij zich, zoo als natuurlijk is, niet dan met moeite kan verplaatsen, wel te overwegen. Hii heeft op het oog een paar ambtenaren van het provinciaal gouvernement van Zuidholland. De langdurige diensten van die ambtenaren, hun maatschappelijke toestand, misschien hun gedrukte toestand, zijn hem duidelijk en hij wenscht dat daarin worde te gemoet gekomen Een gevoel, dat in den regel bij de provinciale vergaderingen en bij alle vergaderingen welke ook, die de middelen, om in dergelijke behoeften te voorzien, niet zelve moeten vinden, lieerscht. Zulke vergaderingen zijn altijd uitstekend barmhartig. De ambtenaren beklagen zich, en men ziet er geen bezwaar in, waarom zij niet ten koste van s Rijks schatkist eene vermeerdering van bezoldiging zouden bekomen. De geachte spreker heeft slechts te doen gehad met een enkel verzoek, maar de Regeering heeft te doen met duizenden van die verzoeken en de geheele finantieele organisatie van den dienst zou moeten worden veranderd, wanneer steeds aan dergelijke verzoeken zou moeten worden ge\olg gegeven. Er moet billijkheid en rechtvaardigheid zijn. Wat den eenen geweigerd wordt moet evenzeer aan den anderen worden geweigerd; wanneer ik dergelijke verzoeken van ambtenaren van mijn Departement niet inwillig, ik kan ze aan provinciale ambtenaren niet toestaan

Sluiten