Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden, dat die stoombooten ook in den winter meer en meer zullen varen.

De proef met een lager tarief, zegt de geachte spreker, is niet genomen. Ik geloof ook, dat het te eenen male nutteloos zoude zijn. Dat zou wel van goed gevolg zijn bij een veer in eene andere streek, waar men meer keus heeft 0111 er gebruik van te zien maken. Maar hier is het een zeer bepaald getal personen en rijtuigen, die er zich van bedienen, en zich getroosten het hoogere tarief te betalen. Dat een lager tarief meer personen en rijtuigen over het veer zou lokken, kan ik niet aannemen.

Ik geloof, dat dit tot bevrediging zal strekken van beide sprekers uit Dordrecht (de heeren de Raadt en Blussé) en ook van den spreker uit Noordbrabant (den heer Storm). Ik zal Dordrecht hooren, en zien welke belangen deze stad doet gelden ten aanzien van het veer. Ik zal mij ook in dit opzicht wachten, eenig wezenlijk belang te krenken, dat behoort te worden gespaard.

De heer Storm verlangde een nader onderzoek. De minister, zeide hij, zoude er niet tegen hebben, dat de som, welke vroeger voor dit veer benoodigd werd, bij amendement ook op deze begrooting werd gebracht. Men behoefde dan. voordat dit onderzoek was afgeloopen, niet te beslissen.

Mijnheer de Voorzitter! Ik heb daar wel tegen, en de Kamer zou een allerzonderlingst bewijs geven van omkeering op een weg, waarop ten laatste het Gouvernement de Vertegenwoordiging is gevolgd. Sedert eene reeks van jaren heeft men vanwege de Kamer het Gouvernement opmerkzaam gemaakt op dezen dienst, en gezegd: zij moet ingekrompen worden. De vorige Gouvernementen hebben daar niet op gelet of er geene neiging toe gevoeld. Ten laatste wordt de zaak ernstig onderzocht en men komt tot een besluit. En nu zou de Kamer zeggen: wij hebben wel verandering gevraagd, maar nu het Gouvernement die zelf wil, wenschen wij dat de zaak blijve bestaan.

Dat is de eerste bedenking. In de tweede plaats: de geachte spreker onderstelt, dat ik niet onderzocht heb; maar ik heb lang onderzocht. Nu wil ik wel hooren, de nadere bedenkingen van de lokaliteiten, zooals ik gezegd heb; maar voor mij is de vraag niet duister, want ik heb dezelfde bedenkingen in de laatste jaren dikwerf gehoord; voor mij is geen nieuw licht opgegaan. Maar ik wil de stad Dordrecht nog hooren. Ik zeg niet, dat, zoo Dordrecht belang heeft bij het behoud, ik daarom zal intrekken hetgeen mij toeschijnt in het belang te zijn van den Staat. Zoo door de hulp van Dordrecht het veer in stand kan gehouden worden zal ik er wellicht in treden; maar dit kan op het cijfer, voor het artikel uitgetrokken, van geen invloed zijn. Ik meen derhalve het amendement, dat de geachte spreker zou willen voorstellen, niet te mogen aanraden.

Sluiten