Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook mij. Mijnheer de Voorzitter, schijnt dit punt, dat het middelpunt der discussie was, een onderwerp van groot belang. Het is .ie vraag of de provinciale wetgeving op denzelfden weg zal worden geracht, waarop de Rijks- en gemeentewetgeving zich bevinden. H»t is de vraag, of er tusschen Rijkswetgeving, provinciale wetgeving, gegemeentewetgeving harmonie van beginselen zal zijn. Ik heb ook uit c len hoofde met bijzonder genoegen kennis genomen van het mooie verslag m deze Kamer uitgebracht; een verslag dat inderdaad discuteert en met groote helderheid de redenen van weêrszijden tegen elkanden over plaatst. Uit dienzelfden hoofde is mij deze discussie bijzonder welkom. Het geldt een beginsel, geheel ingevoerd bij onze gemeentewetgeving niaar nog niet in allen deele bij de Rijkswetgeving in prak-

i g(*racht> echter zoo, dat de wetgever tracht dat beginsel meer en meer algemeen te maken.

Ik trede nu niet in eene algemeene politisch-oeconomische discussie »v„ het begr.p ïan lk 2al de sprekors liever op de

De eerste spreker, de heer de Jonge van Ellemeet, heeft niet gewaagd eene bepaling van belasting te geven, maar hij heeft gemeend te kunnen beweren, dat deze heffing geene belasting is; en waarom

bruik 8H"eb rUlf, 0mdat het iS — heffing — senot of gl JJJ ' f J h08ft Z1Ch daarbiJ beroepen op een Koninklijk besluit van

als huur ogf7oon Uke ^ — ^schouwt'

dfjlTntt'er "" ee"e "wali°8 hm"k' <">«

Is het voorts aannemelijk, dat, dewijl deze heffing berust op genot achf v Z'J daar0m het kai'akter van belasting mist? .Moet de ge-

ge r; rdirtttoehgeven';,at onderscheid- - 0„ze

g n, die hij dan toch niet buiten den kring van belastingen zal willen sluiten, op genot en gebruik rusten? Hij zal toch niet eischen

zu reaaa:d;re heffingen het karakter van Leiastii* ***» zij naai de mate van iemands inkomen is berekend. In een zeer

na Zm T 1116,1 dat alleen belaSting kU~ '">> ™aaVd e

nauwe opvatting is door alle belastingwetgevers verlaten.

e geachte spreker meent, dat art. 238 van de gemeentewet voor het

Gouvernement bij de behandeling dezer zaak in de Tweede Kamer een

n de belangrijkste argumenten is geweest. Ik meen dit niet- ik »M» da. van de zlJde iet Regeefü,g M 2|)8 van

enkel vanwege het beginsel I, ingeroepen. » „„eg. zoo dat begin»

f.' " e" dus zoodanige heffing in gemeentezaken moet worden be-

hemngen g' Wa&r°m Z°U het "iet Waar bÜ Provinciale

De spreker heeft niet gemeend eene bepaling van belasting te kunnen thohbecke, Parlementaire redevoeringen, 1s52—1853. jo

Sluiten